Uitvoerder van het kunsten-en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Werkingssubsidies

Wat?

Een werkingssubsidie ondersteunt een organisatie bij de uitvoering van een werking die inzet op een of meerdere functies en disciplines. Een werkingssubsidie wordt toegekend voor een periode van vijf jaar

Voor wie? 

De werkingssubsidies zijn bedoeld voor organisaties waarbij de aard van de werking gebaat is bij een vijfjarige, en dus meer continue, ondersteuning.  Alleen organisaties die gevestigd zijn in Vlaanderen of Brussel komen in aanmerking. 

Functies?

Werkingssubsidies kunnen aangevraagd worden voor alle functies namelijk ‘ontwikkeling’, ‘productie’, ‘presentatie’, ‘participatie’ of ‘reflectie’, of voor elke combinatie van deze functies. 

Indiendata?

Er is maar 1 indiendatum per 5 jaar. De volgende indiendatum is 1 december 2020, voor subsidiëring vanaf 1 januari 2022.

Beslissingen over aanvragen van werkingssubsidies die op 1 december 2020 zijn ingediend, worden uiterlijk op 1 oktober 2021 genomen. 

Aangepaste kwantitatieve normen

Organisaties die een werkingssubsidie ontvangen moeten een percentage aan eigen inkomsten verwerven dat voortaan varieert per functie. Organisaties die inzetten op de functies ‘productie’ of ‘presentatie’ moeten minstens 12,5% eigen inkomsten verwerven. Voor organisaties die enkel inzetten op de functies ‘ontwikkeling’, ‘participatie’ of ‘reflectie’ en dus minder publieksgerichte activiteiten ontwikkelen, bedraagt dit percentage 5%.

Door de wijziging van het Kunstendecreet in 2018 zal dit percentage vanaf de werkingsperiode 2022-2026 verhogen als volgt:

  1. voor organisaties die inzetten op de functie presentatie of productie, al dan niet in combinatie met de functies participatie, ontwikkeling of reflectie: over de gehele subsidieperiode gemeten, gemiddeld minstens 20 % aan eigen opbrengsten verwerven, berekend in verhouding tot de totale kosten, met uitzondering van eventuele afschrijvingen op kapitaalsubsidies
  2. voor organisaties die alleen inzetten op de functie participatie, ontwikkeling of reflectie: over de gehele subsidieperiode gemeten, gemiddeld minstens 7,5 % aan eigen opbrengsten verwerven, berekend in verhouding tot de totale kosten, met uitzondering van eventuele afschrijvingen op kapitaalsubsidies.

Op deze subsidievoorwaarde, het behalen van dit %, is het pas- toe-of-leg-uit-principe van toepassing, op voorwaarde dat de motivering in het aanvraagdossier is opgenomen en door de Vlaamse Regering is goedgekeurd.

Dit betekent dat u, indien uw organisatie onmogelijk dit % zou kunnen halen, u in uw aanvraag voor een werkingssubsidie grondig motiveert waarom dit zo is en waarom dit ook in de toekomst voor uw organisatie niet haalbaar zou zijn.

Criteria

Er zijn acht criteria waaraan een aanvraagdossier voor een werkingssubsidie wordt getoetst, namelijk:

  1. de kwaliteit van het inhoudelijk concept en de concrete uitwerking
  2. de kwaliteit van het zakelijke beheer:
    1. de kwaliteit van het zakelijke beheer en de haalbaarheid van de begroting
    2. de evenwichtige samenstelling van de raad van bestuur, rekening houdend met maatschappelijke en culturele diversiteit
    3. de wijze waarop de organisatie bestuurd wordt
    4. een kwaliteitsvol personeelsbeleid, met bijzondere aandacht voor de correcte vergoeding van kunstenaars
  3. de kwaliteit van de voorbije werking
  4. de landelijke en/of internationale positionering, samenwerking en betekenis
  5. de kennisopbouw en kennisdeling
  6. de maatschappelijke en culturele diversiteit
  7. de ondersteuning van kunstenaars, met specifieke aandacht voor startende kunstenaars
  8. de mate waarin het aanvraagdossier een of meer aandachtspunten uitvoert uit de strategische visienota.

Het criterium kwaliteit inhoudelijk concept en concrete uitwerking wordt voor werkingssubsidies specifiek ingevuld per functie. Meer hierover vindt u onder welke zijn de functies