Uitvoerder van het kunsten-en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Belangrijkste wijzigingen vanaf 2019

  1. Meer kwantitatief onderbouwde landschapstekening en visienota
    De landschapstekening die het Kunstenpunt opmaakt ter voorbereiding van de visienota van de minister, zal naast een kwalitatieve analyse nu ook meer kwantitatieve gegevens bevatten. De landschapstekening zal de stand van zaken in de kunstensector weergeven “AS IS”, terwijl de visienota de beleidslijnen voor de toekomst zal bevatten “TO BE”.
  2. Anders dossiergebonden adviseren: geen autonoom zakelijk advies meer, maar één omvattend advies met relatieve score op basis van het gevraagde bedrag
    De eindverantwoordelijkheid voor het advies komt volledig bij de beoordelingscommissie. Daardoor behoren de vijfentwintig beoordelingscategorieën tot het verleden. De administratie maakt wel nog steeds de voorbereiding voor de beoordeling van het zakelijk criterium. De indien- en beoordelingsformat KIOSK wordt hieraan aangepast.
  3. Anders dossieroverschrijdend adviseren
    De beoordelingscommissie beoordeelt niet langer enkel de individuele dossiers. Ze maakt nu ook een voorstel van rangschikking over alle voorliggende dossiers op basis van zowel de individuele kwaliteit als de mate waarin het dossier uitvoering geeft aan de aandachtspunten uit de visienota. Vervolgens brengt de administratie de rangschikkingen van de beoordelingscommissies samen in de ontwerpbeslissing, die moet afgestemd zijn op zowel de visienota als het beschikbare budget.
  4. Kennisverhoging van de beoordelaars: gedeeltelijk vaste commissies
    De beoordelingscommissies krijgen een aantal vaste leden voor een periode van vijf jaar. Dit aantal is bepaald op tenminste een derde en maximaal één minder dan de helft. Dit is van belang om de door beoordelaars opgebouwde kennis over zowel het kunstenveld als de adviespraktijk duurzaam mee te nemen in de beoordeling.
  5. Beurscommissies en Projectcommissies
    Beurzen worden behandeld in kleine commissies van 3 beoordelaars zonder voorzitter. Projecten (van kunstenaars en organisaties) worden behandeld in de gedeeltelijk vaste commissies van zeven beoordelaars en een voorzitter.
  6. Aanpassing van de indiendata voor projecten en beurzen van drie naar twee indienmomenten: 15/03 en 15/09
    Omdat in de oude procedure de subsidiebeslissing samenviel met de eerstvolgende indiendatum, en omwille van een betere planlastspreiding in het jaar voor de beoordelingscommissies, worden de nieuwe indiendata vastgelegd op 15/03 en 15/09. Daardoor zal de aanvrager meer tijd hebben tussen twee indiendata om eventueel een dossier te herwerken.
  7. Vereenvoudiging van het zakelijk criterium en twee artistieke criteria
    Enkele criteria worden samengenomen zodat het aantal criteria vermindert. Dit zal ook tot een vereenvoudiging van KIOSK leiden.
  8. Invoering van een hoorzitting bij werkingssubsidies
    Wie werkingssubsidies aanvraagt (indiendatum 1 december 2020) zal de kans krijgen om tijdens een hoorzitting rechtstreeks op vragen van de beoordelingscommissie te kunnen antwoorden. De hoorzitting gebeurt nadat de beoordelingscommissie het dossier heeft gelezen, en voorafgaand aan de advisering.
  9. Schrapping van de verhaalprocedure, behoud van de repliekmogelijkheid
    De twee mogelijkheden om te reageren op een voorlopig advies bij werkingssubsidies worden herleid tot één. De verhaalprocedure wordt geschrapt maar de repliekprocedure blijft behouden en is voor iedereen gelijk toegankelijk. Een repliek dient wel enkel om feitelijke onjuistheden in het voorlopig advies recht te zetten.
  10. Schrapping van de jaarlijkse actieplannen, vervanging door een eenmalig geactualiseerd beleidsplan
    De tot nu toe jaarlijks in te dienen actieplannen worden geschrapt vanaf najaar 2018. De basis voor het toezicht wordt het werkingsverslag van de organisatie en het ingediende beleidsplan. Dit beleidsplan zal wel éénmaal moeten aangepast worden. Dit zal gebeuren na beslissing over het subsidiebedrag op 1 oktober 2021. De eerstvolgende indiendatum voor het geactualiseerd beleidsplan is 31 december 2021.
  11. Mandaatfuncties voor artistieke en zakelijke eindverantwoordelijken van kunstinstellingen
    Deze wijziging wil meer dynamiek brengen in het beleid van de Kunstinstellingen. Welke functie het precies betreft wordt in de beheersovereenkomsten van de individuele kunstinstellingen vastgelegd. De regel is enkel van toepassing op toekomstige vacatures. De lopende contracten worden dus behouden.
  12. De beslissingsdatum voor werkingssubsidies verschuift naar 1 oktober, de indiendatum naar 1 december
    De begrotingsbesprekingen binnen de Regering gebeuren elk jaar in september. Dit biedt een betere context om te onderhandelen over het cultuurbudget dan juni. Daarom wordt de beslissingsdatum voor werkingssubsidies verschoven naar 1 oktober (2021). Deze beslissingsdatum werd eerder ook in het decreet roerend cultureel erfgoed en het decreet op het sociaal-cultureel werk opgenomen.
  13. Verhoging van de norm voor eigen inkomsten
    De norm over het % eigen inkomsten dat organisaties die een werkingssubsidie ontvangen, dienen te halen, wordt voor de functies productie en presentatie verhoogd van 12.5% naar 20% en voor de functies ontwikkeling, participatie en reflectie van 5% naar 7.5%, met ingang vanaf de subsidieperiode 2022-2026. Dit signaal aan de gemeenschap toont dat kunstenorganisaties niet van subsidies alleen afhankelijk zijn. De meeste kunstenorganisaties halen dit moeiteloos. Wie wel problemen zou ondervinden kan in de subsidie-aanvraag 2022-2026 een uitzondering beargumenteren op basis van het “pas-toe-of-leg-uit”-principe.