Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Successierechten

Nieuwe regelgeving

De vroegere regelgeving over successierechten (programmawet van 11 juli 2005) bepaalde dat cultuurgoederen die aanvaard werden ter betaling van successierechten eigendom werden van de federale overheid. De federale overheid gaf de goederen in bewaring aan een federale wetenschappelijke instelling en betaalde de gewesten de tegenwaarde van de cultuurgoederen. Twee belangrijke dossiers, collectie Gillion-Crowet en collectie Janssen gaven aanleiding tot wijzigingen in deze regelgeving. 


Binnen het nieuwe systeem wordt het gewest waar de erfenis openviel eigenaar van de collectie. Zo vervalt voor de federale overheid de zware budgettaire last van de betaling van de verworven stukken aan de gewesten. 

In de commissie die de overheid ter zake adviseert, werd per gewest één afgevaardigde opgenomen. De afgevaardigden hebben, voor de erfenissen die in hun gewest openvallen, een vetorecht voor de aanvaarding van cultuurgoederen ter betaling van successierechten.

  • Het Brusselse Gewest aanvaardde binnen deze nieuwe regeling de Art Nouveau-collectie ‘Gillion-Crowet’ (een inbetalinggeving ter waarde van 21.673.500 euro).
  • Het Vlaamse Gewest aanvaardde eind vorig jaar de collectie Precolumbiaanse kunst Dr. Paul en Dora Janssen (inbetalinggeving ter waarde van 8.114.312 euro).

 

De collectie Janssen

De overige stukken uit de collectie Janssen werden via een schenking onder voorwaarden eigendom van het Vlaamse Gewest. De minister van Cultuur kreeg van de Vlaamse Regering de opdracht de nodige initiatieven te ondernemen voor de definitieve ontsluiting van de collectie, rekening houdend met de in de schenkingsakte geformuleerde voorwaarden. 

De schenkingsakte bepaalt dat het in betaling gegeven deel en het in schenking gegeven deel van de collectie als één geheel bewaard moet blijven. De schenkingsakte bepaalt ook dat, bij leven van mevrouw Dora Arts, slechts drie musea in aanmerking komen om de collectie tentoon te stellen:

  • de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis te Brussel
  • het nieuw op te richten Museum aan de Stroom te Antwerpen
  • het vernieuwd Museum voor Volkskunde te Antwerpen

Na afloop van de tijdelijke tentoonstelling in het Jubelpark moet aan de collectie Janssen een definitieve museale bestemming gegeven worden. De eerste bewaringsperiode zal lopen van medio 2007 tot 1 juni 2009, verlengbaar voor een periode van 2 jaar. 

De minister van Cultuur nodigde per brief van 19 maart de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis te Brussel en de stad Antwerpen uit om hun kandidatuur te stellen voor deze eerste bewaarperiode, met inbegrip van een beheers- en collectieplan.