Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Cultureel-erfgoeddecreet en Faro-conventie

De Faro Conventie was één van de internationale teksten die als basis hebben gediend voor het Cultureel-erfgoeddecreet van 23 mei 2008. Deze zijn in het Cultureel-erfgoeddecreet van 6 juli 2012 behouden. De belangrijkste uitgangspunten voor het decreet waren:

  • de integrale en geïntegreerde benadering van erfgoed
  • het begrip erfgoedgemeenschap.

Bij een integrale benadering van cultureel erfgoed, gaat het erom de vier basisfuncties – verzamelen, behoud en beheer, onderzoeken, publiekswerking – evenwichtig uit te oefenen.

Een geïntegreerde aanpak over de verschillende belangen en doelstellingen heen is  noodzakelijk omdat:

  • erfgoed een belangrijke rol speelt voor wie actief is in het onderwijs, toerisme, internationaal beleid, …
  • erfgoed ook in kerken, bij bedrijven, in scholen, … zit.

De Faro Conventie bouwt verder op de Verklaring van Portoroz (2001) over de specifieke rol van het middenveld voor het verhogen van het maatschappelijk draagvalk voor erfgoed.

De Faro Conventie introduceerde het nieuwe begrip erfgoedgemeenschap. De Conventie koppelt nl. het recht op erfgoed aan de plicht het eigen erfgoed en dat van anderen te respecteren. De conventie benadrukt sterk de rol van erfgoed in conflictbeheersing. Ze benadrukt de nood aan dialoog en wederzijds respect voor de diversiteit van het erfgoed.

Het Cultureel-erfgoeddecreet spreekt over een cultureel-erfgoedgemeenschap omwille van de opsplitsing tussen onroerend en cultureel erfgoed (roerend en immaterieel) in Vlaanderen. Aan deze cultureel-erfgoedgemeenschap is een cruciale rol toebedeeld. Een cultureel-erfgoedgemeenschap is een groep van organisaties en personen die een bijzondere waarde hechten aan specifieke aspecten van het cultureel erfgoed en die deze aspecten willen doorgeven aan toekomstige generaties. 

Wij behoren allemaal, bewust of onbewust, tot één of meerdere cultureel-erfgoedgemeenschappen. Het gaat over relaties, over hoe we ons aangetrokken voelen of een verwantschap hebben met cultureel erfgoed of aspecten ervan. Het zegt niets over het eigenaarschap of het bezit. We hoeven namelijk geen eigenaar te zijn om er ons toe aangetrokken te voelen.

Cultureel-erfgoedorganisaties zijn belangrijke stakeholders in een cultureel-erfgoedgemeenschap. In de oude decreten werd vaak gesproken over het opnemen van een culturele en maatschappelijke verantwoordelijkheid. In het Cultureel-erfgoeddecreet nemen deze organisaties een verantwoordelijkheid op voor en spelen een actieve rol  in de cultureel-erfgoedgemeenschap waar ze deel van uitmaken.

De gemeenschappelijke interesse, de passie en de zorg voor een bepaald type cultureel erfgoed is wat hen bindt.  De Vlaamse overheid verwacht dat alle landelijke cultureel-erfgoedorganisaties – musea, culturele archiefinstellingen, organisaties voor volkscultuur, expertisecentra, de Vlaamse Erfgoedbibliotheek – deze rol op zich nemen. Het is onder andere daarvoor dat ze een werkingssubsidie ontvangen.

Het Cultureel-erfgoeddecreet geeft zo invulling aan een aantal belangrijke principes van de Faro-Conventie. De Conventie werd ondertussen door meer dan tien landen geratificeerd. Daardoor trad ze in werking op 1 juni 2011.