Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Kaderconventie over de Waarde van Cultureel Erfgoed voor de samenleving

Op 25 juni 2012 ondertekende België de Faro Conventie (voluit de Council of Europe Framework Convention on the Value of Cultural Heritage for Society). De Faro Conventie is het sluitstuk van de reeks erfgoedconventies:

  • de  Europese Culturele Conventie (1954)
  • de Conventie voor de Bescherming van Architecturaal Erfgoed van Europa (1985)
  • de Europese Conventie over de Bescherming van het Archeologisch Erfgoed (1992, herwerkt)
  • de Europese Conventie over het Landschap (2000).

Ondertussen heeft de Vlaamse overheid deze Kaderconventie bekrachtigd bij decreet van 14 februari 2014. Ook bij de andere gemeenschappen en gewesten wordt dit voorbereid met het oog op ratificatie door België.

De Faro Conventie gaat inhoudelijk verder dan eerdere conventies, die vanuit het erfgoedobject vertrekken en het fysiek en ruimtelijk vrijwaren ervan centraal stellen. Ze hanteert een bredere definitie van het cultureel erfgoed. Er wordt naast het onroerend, ook het roerend en immaterieel cultureel erfgoed bedoeld. Zij beschrijft eveneens waarom en voor wie de zorg voor erfgoed belangrijk is en in welke mate die bijdraagt tot de cohesie van de samenleving. Daarnaast lanceert zij het nieuwe begrip erfgoedgemeenschap.

De Faro Conventie stelt erfgoed voor als een bron:

  • voor menselijke ontwikkeling
  • de bescherming van culturele diversiteit
  • de bevordering van een interculturele dialoog.

Erfgoed is een onderdeel van het economische ontwikkelingsmodel dat gebaseerd is op de principes van het duurzame gebruik van hulpbronnen.

De Conventie pleit ervoor om erfgoed een meer systematische plaats te geven in processen die een verbetering van de leefomgeving en de levenskwaliteit beogen, waarbij ook het economisch potentieel kan worden uitgespeeld.