Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Nieuws

Adviezen voor Nederlands-Vlaamse samenwerking rond digitaal erfgoed

18.12.2015

Cultureel erfgoed wordt steeds vaker in een digitale vorm aangeboden aan het grote publiek en specifieke doelgroepen zoals het onderwijs en de wetenschap. De online aanwezigheid van talig cultureel erfgoed uit Nederland en Vlaanderen is ook belangrijk voor de positie van het Nederlands in de wereld. Voor de Taalunie waren dit de redenen om na te laten gaan hoe Nederlandse en Vlaamse erfgoedprojecten beter op elkaar kunnen worden afgestemd.

Het Comité van Ministers besliste in 2013 op basis van het advies Waardeer Samenwerking om een Taaluniecommissie Digitaal Erfgoed in te stellen met vertegenwoordigers uit beleid en veld. Voor Vlaanderen zijn dit het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media, FARO, Packed, VIAA, Erfgoedbibliotheek, Archiefbank Vlaanderen, V-Must-net.

Deze commissie onderzocht wat de lessen zijn die geleerd kunnen worden uit grote digitaliseringsprojecten van de afgelopen jaren. Op basis hiervan heeft de commissie succesfactoren voor Nederlands-Vlaamse samenwerking bepaald en aanbevelingen geformuleerd aan het Comité van Ministers.

De lessen en de succesfactoren en aanbevelingen zijn in twee aparte rapporten gepubliceerd: 'Lessen voor de toekomst uit Vlaamse en Nederlandse digitaalerfgoedprojecten' (pdf) enerzijds en 'Succesfactoren voor Nederlands-Vlaamse samenwerking rond digitaal erfgoed' (pdf) anderzijds.

Het Comité van Ministers, met voor Vlaanderen Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits en Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz, heeft de aanbevelingen in ontvangst genomen en aan de Taaluniecommissie Digitaal Erfgoed gevraagd ze verder onder de aandacht te brengen bij de bevoegde bewindspersonen, hun medewerkers en andere belanghebbenden in de erfgoedsector.

In 2016 zal de commissie nader onderzoeken wat voorwaarden voor erfgoedinstellingen zijn om hun collecties en collectiegegevens als open data vrij te geven, zodat wat gedigitaliseerd wordt, ook optimaal bruikbaar en herbruikbaar is. Hierover wordt later gerapporteerd.