Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Nieuws

Beroepsacteur haalt slechts helft van inkomen uit acteren

13.05.2014

Een professionele acteur in Vlaanderen moet bijklussen om met een leefbaar inkomen te kunnen rondkomen. Dat is een van de vele bevindingen van een onderzoek van de CuDOS-Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent naar de inkomens en sociaal-economische positie van de professionele acteurs dat Vlaams minister van Cultuur Joke Schauvliege heeft laten uitvoeren. De Acteursgilde is tevreden dat er eindelijk een wetenschappelijk onderbouwde kijk is op de sociaal-economische situatie van de acteur in Vlaanderen.

Vlaams minister van Cultuur Joke Schauvliege heeft deze legislatuur de cultuursector herhaaldelijk gevraagd naar meer data en cijfers. Voordien ontbrak het vaak aan gedetailleerde en relevante informatie om een bepaalde problematiek in een juiste context te kunnen plaatsen. Ook dit onderzoek, op vraag van de minister en gefinancierd door het departement CJSM, past in die doelstelling. De positie van de professionele acteur in Vlaanderen is immers precair te noemen. Dit zijn enkele markante cijfers en tendensen uit de studie van UGent.

 

Hoog opgeleid en laag verloond

85% van de werkende acteurs is met een diploma hoger (kunst)onderwijs hoogopgeleid.  In vergelijking met de gemiddelde hoogopgeleide in Vlaanderen scoren ze echter veel lager in werkzekerheid en loon. Nochtans staan acteurs niet snel aan de klaagmuur. Het  onderzoek toont aan dat acteurs zeer tevreden zijn over de intrinsieke kenmerken van hun job: creativiteit, zelfontplooiing, sociale omgang met collega’s en, niet te vergeten, de waardering die ze krijgen van het publiek.

De enorme flexibiliteit die van hen geëist wordt, neemt de acteur er doorgaans graag bij.

Maar als het gaat om werkzekerheid en verloning scoort de tevredenheid zeer laag. 65% maakt zich zorgen over het vinden van nieuwe opdrachten, en liefst 75% vindt de financiële onzekerheid groot. Niet minder dan de helft overweegt daarom soms of vaak om te stoppen als acteur.
 

Bijklussen moet

De gemiddelde beroepsacteur haalt slechts 51% van zijn inkomen uit acteren en 18% uit aan acteren gerelateerd werk, zoals regisseren, schrijven en vertalen. Er wordt ook buiten het circuit gewerkt: 14% van het inkomen komt uit muziek (als muzikant of zanger), public relations, horeca, en andere activiteiten. De overige 19% wordt aangevuld door een uitkering (meestal werkloosheid). Slechts een toplaag van 8% haalt zijn/haar volledige inkomen uit acteerwerk.
 

Werkloosheid

Ongeveer een  vijfde van het inkomen komt dus uit werkloosheidssteun. Dit doorprikt volgens het onderzoek het beeld van de acteur als ‘profiteur’ of ‘lui’. Maar het cijfer is wel hoog genoeg om te beseffen dat werkloosheidssteun – al dan niet met ‘kunstenaarsstatuut‘ – een essentieel onderdeel is van het gezinsbudget van de acteur. Een eventuele verstrenging van de werkloosheidsregels zou dus ernstige financiële gevolgen kunnen hebben.


Hollywood in Vlaanderen?

Wie droomt van een rijk en glamoureus leven kan beter geen acteur worden in Vlaanderen. De realiteit van de werkende acteur en actrice botst hard met het beeld dat sommigen koesteren. Vooral freelancers en beginners hebben het erg moeilijk. Freelance-acteurs die in opdracht werken en uitbetaald worden via een verloningskantoor komen er bekaaid vanaf met gemiddeld 16.044 euro per jaar.

Een acteur aan het begin van zijn carrière moet zuinig leven, want tussen zijn 22 en 32 is het gemiddelde netto jaarinkomen slechts 13.858 euro. Door het inhuren van beginners en stagiairs worden de prijzen systematisch omlaaggehaald. Het is dus niet verwonderlijk dat 80% van de acteurs vragende partij is voor minimumtarieven voor film- en televisiewerk.
 

Man en vrouw gelijk betaald?

Vreemd is dat in een culturele en ‘blitse’ sector als deze, er een verschil is in loopbaan en verloning van mannen en vrouwen. Bij het begin van hun carrière zijn de vrouwen ruim in de meerderheid. In de leeftijdsgroep tussen 22 en 32, vertegenwoordigen vrouwen 62% en mannen 38% van wie in Vlaanderen acteert. Tegen de leeftijd van 45 jaar zijn de mannen in de meerderheid met 55,4% tegenover 44,6%. Tegen de 65 jaar zijn er nog slechts 31,6% actrices tegenover 68,4% acteurs. Naarmate de leeftijd stijgt, daalt de tewerkstelling  dramatisch voor vrouwen.

Maar merkwaardiger is het verschil in verloning: voor een  opnamedag voor televisie krijgt een actrice gemiddeld 20% minder dan een acteur…


Werknemer of zelfstandige?

Vier op de vijf acteurs zijn werknemer, al worden ze de facto als zelfstandige behandeld (korte opdrachten, dagprijzen,…). Dit is frustrerend omdat de acteurs vooral de nadelen voelen van beide statuten: de typische voordelen van het werknemersstatuut, met name werkzekerheid en betere sociale bescherming, zijn beperkt omdat door de korte termijncontracten de werkzekerheid wegvalt en de sociale bescherming relatief klein is. Korte opdrachten slaan immers gaten in de opbouw van de sociale rechten. Daarbovenop zijn er extra kosten voor de administratieve afhandeling via verloningskantoren. Volgens de Acteursgilde romen zij 15% van het brutoloon af voor dossierbeheer en een extra bijdrage tot  een sociaal fonds waar de acteur geen enkele baat bij heeft.

Een minderheid van ‘goeddraaiende’  acteurs heeft gekozen voor een leven als zelfstandige, maar voor de overgrote meerderheid is dat een financieel onhaalbare kaart.


Conclusie

Veel acteurs kampen met een laag inkomen en de grote werkonzekerheid zorgt voor een extra financiële druk. Velen slagen er niet in hun loopbaan voldoende uit te bouwen om er van te leven en haken voortijdig af. De acteurs slagen er ook zelden in om een reserve aan te leggen om stillere periodes te overbruggen. De werkloosheidssteun is hierin vaak een noodgedwongen tijdelijke toevlucht. De freelance-acteur wordt vaak gedwongen om via een verloningskantoor te werken, en draait daardoor op voor extra kosten.


Michaël Pas, woordvoerder van De Acteursgilde: “De verschillen in inkomens zijn erg groot. Zo blijken vele jonge acteurs  tegenaan of zelfs onder de armoedegrens te zitten. Bovendien blijken vrouwen het nog moeilijker te hebben dan hun mannelijke collega’s.  Niet te verwonderen dat de helft van de acteurs regelmatig overweegt om de handdoek in de ring te gooien. Dit staat in schril contrast met het beeld dat het goed gaat met de Vlaamse fictie. Met dit broodnodige onderzoek kunnen we onze argumenten kracht bijzetten, wanneer we deze  problemen zullen aankaarten bij de diverse administraties en stakeholders in onze sector. Acteurs en kunstenaars in het algemeen, zijn sociaal bijzonder kwetsbaar. Het zijn dromers, die het publiek doen dromen. We are the stuff that dreams are made on, zei Shakespeare al. Maar om te kunnen dromen, moeten we eerst kunnen overleven.”


Vlaams minister van Cultuur Joke Schauvliege: “Nu alles scherp in kaart is gebracht, kunnen alle niveaus gezamenlijk naar concrete voorstellen toe werken. De jongste jaren hebben we onder meer al het Kunstenloket versterkt als belangrijk kenniscentrum in functie van het kunstenaarsstatuut. Het Kunstenloket verleent advies en organiseert opleidingen over de zakelijke kant van de creatieve beroepspraktijk. Die kennis wordt tegen een vergoeding ter beschikking gesteld aan culturele organisaties en KMO’s. Voorts ga ik het Vlaams Audiovisueel Fonds voorstellen om producenten en acteurs bijeen te brengen en tot een protocol van correcte prestatievergoeding te komen. In de nieuwe beheersovereenkomst met het VAF die we binnenkort afsluiten, wordt samenwerking met beroepsorganisaties voorzien. Dit is nieuw en moet een gunstig effect hebben op de werkomstandigheden in deze sector.”

 

De volledige studie vindt u op www.vlaanderen.be/cultuur

 

Persinfo:

Patrick Verstuyft, Woordvoerder van Vlaams minister Joke Schauvliege (Gsm 0475 51 56 05 - persdienst.schauvliege@vlaanderen.be)