Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Nieuws

Drie distilleertoestellen op de Vlaamse Topstukkenlijst

01.08.2018
Likeurtafel uit Hasselt (collectie Jenevermuseum Hasselt)
Likeurtafel uit Hasselt (collectie Jenevermuseum Hasselt)Likeurtafel uit Hasselt (collectie Jenevermuseum Hasselt)

Drie distilleertoestellen werden zopas definitief beschermd als Vlaams topstuk. Samen met de kerncollectie van het Jenevermuseum in Hasselt illustreren ze op treffende wijze de evolutie in de productieapparatuur voor het distilleren van alcohol in de Lage Landen.

Distilleerapparatuur beschermd

Vlaams minister voor Cultuur: “Distilleertoestellen uit de dertiende tot achttiende eeuw zijn erg zeldzaam. Ook productieapparatuur uit de negentiende tot het begin van de twintigste eeuw is schaars. Bovendien verdwenen veel koperen toestellen en installaties tijdens de Eerste Wereldoorlog omdat ze door de Duitsers werden opgeëist voor de oorlogsvoering. De drie nieuwe topstukken vormen dus een zeldzame en onmisbare schakel in het erfgoed voor het distilleren van alcohol in de Lage Landen.”


De beschermde stukken:


Alcohol- en likeurinstallatie uit Gent (collectie MIAT Gent, bruikleen aan het Jenevermuseum Hasselt)
De alcohol- en likeurinstallatie van de Gentse likeurhandel Van Thorenburg-Mestdagh uit de achttiende eeuw zijn wellicht de twee oudste distilleerinstallaties die bewaard zijn, niet alleen in Vlaanderen, maar zelfs in Europa. Bovendien wordt het gebruik van deze installaties uitvoerig beschreven en geïllustreerd in Een Constich Distileerboeck van Philippus Hermanni (Antwerpen, 1570), een boekje dat tot ver in de achttiende eeuw hét standaardwerk voor elke stoker was. Dankzij o.a. beide installaties is ook de kennis over de manier waarop tot in de achttiende  eeuw in onze regio gestookt werd, bewaard gebleven.

Likeurtafel uit Hasselt (collectie Jenevermuseum Hasselt)
Tot het midden van de negentiende eeuw gebruikten de likeurstokers hoofdzakelijk een met kolen of hout gestookte alambiek die in een stenen fornuis was ingebouwd. Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw werd de vrijstaande alambiek onderaan met stoom verwarmd. Verschillende alambieken, suikersmelters en meng/rijpingsketels werden op een tafel gemonteerd en tegelijk verwarmd. Na de Eerste Wereldoorlog maakten de constructieateliers geen volledige likeurtafels meer. Uitgebreide likeurtafels met stoomketel, zoals die van stokerij Severy uit Hasselt uit 1913-1923, werden steeds minder gebruikt of werden afgebroken. De likeurtafel van Severy is een van de twee enige bewaarde, en tevens het best uitgebouwde exemplaar.

Helm van een keramische alambiek (Collectie van het MAS, Antwerpen, bruikleen aan het Jenevermuseum Hasselt)
Het meest gebruikte materiaal voor distilleerapparaten was glas, maar vooral in de zestiende en zeventiende eeuw kwam ook apparatuur in aardewerk zeer frequent voor. Er zijn echter bijzonder weinig intacte, grote aardewerken helmen bewaard gebleven. Een uniek exemplaar is de helm van een alambiek in geglazuurd keramisch materiaal uit de zeventiende eeuw. Hij is 46 cm hoog en heeft een diameter  van 46 cm bovenaan en van 67 cm onderaan. In België zijn er geen vergelijkbare intacte helmen van dergelijke afmetingen in geglazuurd keramisch materiaal te vinden. In Nederland zijn slechts drie voorbeelden bekend, maar die zijn niet volledig of soms gaat het slechts om fragmenten. Ook in Groot-Brittannië worden in verschillende musea alleen onvolledige exemplaren of scherven bewaard.


Distilleren door de eeuwen heen

De oudst gekende afbeelding van een alambiek, een type distilleertoestel, duikt in de vierde eeuw na Christus op. Het woord alambiek is afgeleid van het Arabische woord al anbicq, wat “de pot” betekent. Deze alambiek bestond uit een glazen kolf met daarboven een helm met een inwendige goot en een tuit die eindigt in een kolfje. Hij stond op een driepikkel in een warmwaterbad of een zandbad, waardoor men zowel bij lagere als hogere temperatuur kon werken. Het bekendste distillaat was rozenwater, dat als parfum en geneesmiddel werd gebruikt.
Via de kruistochten en de Moorse nederzettingen in Spanje en Sicilië kwam de distilleerkennis naar Europa. De eerste tekenen van distilleren in de Nederlanden vinden we terug in het dertiende-eeuwse graafschap Vlaanderen, waar vooral met de geneeskrachtige jeneverbes werd geëxperimenteerd. Het oudst bekende boek met het recept voor “jeneverbessenwater” verscheen in 1552 in Antwerpen. In de daaropvolgende eeuwen werd verder geëxperimenteerd met het distilleren van jeneverbessen, granen en andere ingrediënten. Halverwege de negentiende eeuw telde elke gemeente in Vlaanderen een of meerdere (landbouw)stokerijen, maar vandaag zijn er nog slechts een handvol actieve stokerijen in België.


Over de topstukkenlijst

Het Topstukkendecreet zorgt voor de bescherming van roerend cultureel erfgoed dat voor de Vlaamse Gemeenschap in Vlaanderen bewaard moet blijven. Het gaat om objecten met een bijzondere archeologische, historische, cultuurhistorische, artistieke of wetenschappelijke betekenis.
Op basis van het decreet wordt een Topstukkenlijst van zeldzame en onmisbare voorwerpen en verzamelingen opgesteld. Voor die beschermde voorwerpen gelden speciale beschermingsmaatregelen en uitvoerbeperkingen. Omdat aan het behoud van dit erfgoed groot belang wordt gehecht, is het ook mogelijk er restauratiesubsidies voor aan te vragen.