Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Nieuws

Minister Sven Gatz geeft toelichting bij de besparingen op Cultuur

26.09.2014
Vlaams minister Sven Gatz
Vlaams minister Sven GatzVlaams minister Sven Gatz

In opdracht van de Vlaamse regering voert de minister van Cultuur, Media en Jeugd een gemiddelde besparing door van 5% op het totale saneringsvolume van meer dan 1 miljard euro. Op de begroting Kunsten en Erfgoed bedraagt die besparing € 12 miljoen op een budget van circa € 215 miljoen. 

Voor sociaal-cultureel werk bedraagt ze € 9,6 miljoen op een budget van circa € 190 miljoen. Binnen de jeugdsector is de besparing € 4,2 miljoen op een totaal van € 71,5 miljoen.

Binnen de socio-culturele sector wordt niet bespaard op de bewegingen, de Vlaamse gebarentaal, en de circuskunsten.

In de jeugdsector voorzien we binnen de bewegingen in een minimale besparing van 1,1%. De uitleendienst van het kampeermateriaal moet niet besparen. Ook de ondersteuning aan bivakhuizen en jeugdverblijven wordt bijna volledig gevrijwaard.

Zoals het regeerakkoord stipuleert, moeten onze grote Vlaamse kunst- en erfgoedinstellingen (M HKA, Ancienne Belgique, de Filharmonie, Brussels Philharmonic, deSingel, Kunsthuis) kunnen blijven excelleren in het internationale kunst- en erfgoedlandschap. Deze grote instellingen moeten 2,5% besparen.

De sector van het cultureel erfgoed heeft de afgelopen jaren een snelle ontwikkeling gekend en willen we verder tot ontplooiing brengen. De inspanning voor erfgoedinstellingen met een collectie, zoals archieven en landelijke musea, beloopt 4%.

De organisaties zonder collectie, zoals expertisecentra, dienen 5% te besparen, net als de verenigingen, de vormingsinstellingen en de federaties voor amateurkunsten. De enveloppe lokaal cultuurbeleid wordt eveneens met 5% verminderd.

Voor de hele kunstensector voeren we een besparing door op project- en werkingssubsidies van 7,5%. Dit geldt ook voor het Vlaams Fonds der Letteren en het VAF.

De besparing op de werkingssubsidies voor erfgoedconvenants met provincies en gemeenten  zal 10% bedragen, net zoals die voor de vijf steden en provincies met beleidsprioriteiten. Eenzelfde percentage geldt voor het lokaal jeugdbeleid.

Van de steunpunten wordt een inspanning gevraagd van 20%, omdat de minister eerder op mensen dan op structuren wenst in te zetten. Die inspanning spreiden we over de huidige en vorige legislatuur daar sommige steunpunten reeds aanzienlijke financiële en organisatorische inspanningen leverden de voorbije jaren.

Deze besparingen gaan in vanaf 1 januari 2015. Ze hebben betrekking op de volledige budgettaire enveloppe, dus zonder een opdeling te maken tussen loon- en niet-loonuitgaven.

De bedragen van de sanering zijn nog niet bekend tot op het niveau van de instelling of vereniging. Volgens de planning van de Regering wordt de begroting op 17 oktober door de ministerraad goedgekeurd. In de daar op volgende dagen zullen alle betoelaagde instellingen of verenigingen van de administratie een mail ontvangen met het exacte bedrag dat ze moeten besparen. Voor organisaties die met een beheersovereenkomst werken, is er, afhankelijk van de grootte van de sanering, overleg en bijsturing mogelijk.

De resterende middelen voor 2014 worden gedeblokkeerd.