Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Topstukken

Scriptores aliquot gnomici

Theognis - Frans van Cranevelt - Scriptores aliquot gnomici
Kunstenaar:
Theognis - Frans van Cranevelt
Titel: 
Scriptores aliquot gnomici
Jaar: 
2009
Bewaarplaats: 
s.n.
Categorie: 
Cultuurhistorisch
Thema: 
Collectio Academica Antiqua
Cranevelts vertaling van Theognis is niet zonder fouten en is ook voor sommige frasen schatplichtig aan Erasmus’ 'Adagia', maar ze is zonder meer de eerste Latijnse vertaling van Theognis. De vertaling van Cranevelt werd echter niet gepubliceerd, aangezien Theognis’ oeuvre en een Latijnse vertaling ervan op dat moment gedrukt werden in Parijs en korte tijd later in Bazel.
Er zijn nog enkele exemplaren van deze uitgave van Froben gekend, maar alle buiten de Vlaamse gemeenschap. Omwille van de handgeschreven notities en de vertaling van Theognis is dit boek een uniek exemplaar, dat ook meteen aansluit bij de achtergrond van de Cranevelt-correspondentie.
Bovendien is de band een bijzondere getuigenis van een Leuvens gebruik. De platten zijn versierd met het Spes-paneel, met een vrouw als de personificatie van Geloof en Hoop. Zij zijn vooral aangebracht rond boeken die door Leuvense studenten werden gebruikt. De Spes-band steunt duidelijk op een reformatorisch geïnspireerd humanistisch concept, vorm gegeven met een emblematische beeldtaal, die kennelijk aansprak. Omdat dit te fel aanleunde bij de reformatorische ideeën, werd al snel, naast de woorden Spes en Fides, Charitas toegevoegd. Dat dit woord op dit exemplaar niet aanwezig is, maakt het paneel veel zeldzamer dan deze waar Charitas is toegevoegd. Een ander exemplaar van een Spes-band zonder Charitas bevindt zich o.a. in de Universiteitsbibliotheek te Gent (Res. 1138).
De band is aangebracht nadat Cranevelt zijn vertaling aan het boek had toegevoegd en is vermoedelijk door Cranevelt zelf besteld.
1541
papier in kalfsleren band
Cranevelt maakte de Latijnse vertaling van de Griekse dichter Theognis (6de eeuw v.Chr.) en noteerde deze in het werk 'Scriptores aliquot gnomici', gedrukt door Joannes Froben in Bazel in 1521. Tussen de regels en in de marge van de tekst van Theognis heeft hij notities (vooral vertalingen van Griekse woorden) aangebracht en hier en daar zijn kleine blaadjes tussengevoegd met aantekeningen van zijn hand. Daarnaast heeft hij ook de ontbrekende katern bij de fabels van Aesopus eigenhandig bijgevoegd.