Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Welke zijn de functies?

Er zijn vijf functies, namelijk:

  • ontwikkeling
  • productie
  • presentatie
  • participatie
  • reflectie. 

Deze functies zijn gedefinieerd in het decreet en er zijn criteria aan gekoppeld. Deze criteria zijn de richtlijnen om zowel de inhoudelijke kwaliteit als het zakelijk beheer te beoordelen. 

Het inhoudelijke criterium Kwaliteit inhoudelijk concept en concrete uitwerking wordt zowel voor projectsubsidies als werkingssubsidies specifiek ingevuld per functie. 


Ontwikkeling 

Ontwikkeling is “het ontwikkelen of begeleiden van de artistieke praktijk, talent, carrière en oeuvre. Het proces, het onderzoek en het artistieke experiment primeren op een concrete output”. 

Bij ontwikkeling ligt de focus op het proces. Een permanente zelfreflectie over de artistieke praktijk zet aan tot de ontwikkeling van de artistieke praktijk door nieuwe vormen van productie, creatie, educatie, participatie, communicatie te genereren. Kunstenaars en organisaties dragen zo bij tot innovatie.

Voor een kunstenaar kadert ontwikkeling in een traject van levenslang leren en talentontwikkeling. Het proces, het onderzoek en het artistiek experiment primeren op een concrete output.

Een organisatie kan zich zowel richten op de eigen artistieke ontwikkeling als op de begeleiding van de ontwikkeling van kunstenaars of andere organisaties (bij voorbeeld productie-ondersteuning, spreiding, zakelijke begeleiding). 

Zo nemen managementbureaus een ontwikkelingsfunctie op. Daarnaast kunnen ze ook andere functies opnemen. 

De functie ontwikkeling is in tegenstelling tot de functie productie niet gericht op een concreet artistiek resultaat. 


Productie

Productie is in het Kunstendecreet gedefinieerd als: “het creëren, realiseren, distribueren en promoten van een artistiek werk”.

De functie ‘productie’ omvat zowel het voorbereiden, plannen en uittekenen van creaties als het tot stand brengen van de artistieke creatie op het gebied van financiering, planning, de logistiek, het productieteam, de budgetcontrole, de realisatie en het klaarmaken voor publiek en spreiding. 

Zowel de productie van nieuw werk als herwerkingen of hernemingen van bestaand werk komen in aanmerking voor subsidiëring. 

Het kan gaan om:

  • de productie van voorstellingen
  • publicaties
  • installaties
  • kunstwerken
  • immateriële kunst
  • tentoonstellingen,…

Belangrijk is een visie te ontwikkelen op spreiding/distributie en publieksbereik, zonder zelf  een presentatiefunctie te moeten opnemen.

Voor zowel ‘ontwikkeling’ als ‘productie’ geldt dat er aan onderzoek wordt gedaan, wordt gereflecteerd, uitgeprobeerd, enzovoort. Maar de finaliteit is anders. Voor de functie ‘productie’ gebeurt onderzoek en reflectie met het oog op de realisatie van een concreet product. Voor de functie ‘ontwikkeling’ gebeurt onderzoek en reflectie in de eerste plaats met het oog op de ontwikkeling van talent en de verdieping van een praktijk of oeuvre. 


Presentatie

Presentatie is in het Kunstendecreet gedefinieerd als: “het delen van het gecreëerde en geproduceerde artistieke werk met een publiek”.

Een presenterende organisatie of kunstenaar deelt kunst met een publiekDe focus ligt op deelnemen. Het publiek is hier de gebruiker, de aanwezige, de toeschouwer, de klant. 

De presenterende organisatie of kunstenaar bereikt haar doelpubliek via: 

  • publiekswerving, namelijk het aanspreken en aantrekken van publiek d.m.v. verschillende communicatiekanalen
  • publiekswerking, namelijk het aanbieden van een gepaste omkadering zoals rondleidingen, zaalteksten, introducties,... 

Bij de functie presentatie wordt vertrokken vanuit het artistieke product dat wordt gepresenteerd aan een publiek. 


Participatie

Participatie is in het Kunstendecreet gedefinieerd als “het ontwikkelen en toepassen van visie, concepten en processen die bijdragen tot de participatie, zowel als actieve deelname aan kunst als het confronteren met kunst, met aandacht voor maatschappelijke en culturele diversiteit”.

De functie participatie vertrekt van de expliciete zorg voor het toegankelijk maken en het actief betrekken van diverse publieken aan kunst, het ‘deelhebben’. 

Daarbij gaat aandacht naar meer kwaliteit en grotere intensiteit van het deelnemen en het aanspreken van nieuwe doelgroepen

De betrokkenheid van de doelgroep en de procesmatige benadering zijn even belangrijk als het artistieke resultaat. De participatieve methodes die hiervoor nodig zijn kunnen van sociaal-artistieke of kunsteducatieve aard zijn, maar de functie ‘participatie’ beperkt zich hier niet toe. 

De functie ‘participatie’ neemt naast het artistieke resultaat ook de deelname van het publiek als uitgangspunt. Dit onderscheidt ‘participatie’ van de publiekswerkingstaak bij de functie ‘presentatie’, waar het artistieke product het uitgangspunt is.


Reflectie

Reflectie is in het Kunstendecreet gedefinieerd als “de reflectie en kritiek op kunst en het stimuleren en toegankelijk maken van die reflectie.”

Met ‘reflectie’ wordt de betekenis van kunst, een oeuvre of kunst in de maatschappij  besproken, ter discussie gesteld of verdiept. 

De reflectie moet steeds artistieke, culturele of kunstkritische inhoud als voorwerp hebben en bijdragen aan de kennis over (de ontwikkelingen van) het kunstenveld of de discussie erover voeden en versterken. 

Reflectie of kunstkritiek kunnen toegankelijk gemaakt worden voor een geïnteresseerd publiek via bijvoorbeeld publicaties, studiedagen, workshops, lezingen en debatten enzovoort.