Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

UNESCO-conventie van 2003

Situering

Intangible Cultural HeritageIn 2003 werd de UNESCO conventie voor de borging van immaterieel cultureel erfgoed aangenomen. UNESCO erkent met de Conventie uit 2003 dat niet-tastbare gebruiken ook erfgoed zijn. Het niet-tastbaar of immaterieel erfgoed gaat vooral over tradities, feesten, dansen, rituelen, verhalen, oude ambachten en geneeswijzen. Ze geven uiting aan een culturele identiteit en diversiteit.

Deze conventie is onder meer een aanvulling en een antwoord op de UNESCO-conventie van 1972. Die conventie over monumenten en landschappen is vooral bekend door de lijst van het werelderfgoed, waarop onder meer de belforten en begijnhoven in Vlaanderen prijken.

Het vrijwaren van culturele diversiteit in de wereld vormde één van de drijfveren voor het realiseren van de UNESCO-Conventie van 2003. Immaterieel erfgoed is een bron van culturele diversiteit en een waarborg voor duurzame ontwikkeling. UNESCO stelde vast dat globalisering en sociale transformatie vaak aanleiding geven tot het afnemen of zelfs verdwijnen en vernietigen van immaterieel erfgoed. Er was weinig weerstand en hulpmiddelen ontbraken om immaterieel erfgoed te kunnen behoeden en versterken in deze processen.

Ratificatie

Sinds het lanceren van de operationele richtlijnen in 2008 (met telkens nieuwe versies in 2010, 2012 en 2014) is de conventie volop in werking. Niet minder dan 163 lidstaten hebben de Conventie sindsdien geratificeerd. In talloze staten wordt de UNESCO conventie momenteel in wetgeving, beleid of investeringstrajecten omgezet. België ratificeerde de conventie in 2006

De uitvoering brengt verplichtingen met zich mee:

 

Instrumenten

Ieder jaar worden tijdens de bijeenkomsten van het Intergouvernementeel Comité van de UNESCO 2003 Conventie nominaties voorgedragen voor erkenning en opname op de lijsten in het kader van deze Conventie:

  • de Lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nood voor Dringende Borging (List of Intangible Cultural Heritage in Need of Urgent Safeguarding)
  • ongetwijfeld de meest bekende Representatieve Lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid (Representative List of the Intangible Cultural Heritage of Humanity)
  • het Register van de Beste Borgingspraktijken (Register of Best Safeguarding Practices)
  • en aanvragen voor Internationale Ondersteuning (Requests for International Assistance).

De lijsten van de conventie kennen een enorm succes en leggen een hoge druk op het UNESCO Secretariaat en de organen van de conventie (Algemene Vergadering en Intergouvernementeel Comité): het is een van de meest dynamische subsectoren van de VN-organisatie. Recent gaat binnen UNESCO ook veel aandacht naar programma’s van competentieverhoging of capacity building, met name rond de implementatie van de Conventie. Naast de staten, zijn er ook vele honderden NGO’s actief rond borging en ongeveer 200 werden ondertussen door UNESCO geaccrediteerd.

Accreditatie van NGO’s

De UNESCO 2003 Conventie is -voor een internationaal beleidsinstrument van lidstaten- uitzonderlijk participatief en ‘bottom-up’ van aanpak. In de UNESCO Conventie staat de participatie van communities voorop. De beoefenaars of dragers van het erfgoed, de erfgoedgemeenschap, zijn de ‘eigenaar’ van het erfgoed. Immaterieel erfgoed zit bij de mensen zelf, bij zij die het doen en beleven. Mensen blijven de sleutelrol spelen in het creëren en doorgeven van immaterieel erfgoed. Dit wordt niet vanuit een overheid bepaald of gestuurd. Een belangrijke rol wordt daarbij ook toegekend aan NGO’s en andere intermediaire spelers zoals experten, onderzoekers, gemeenschapscentra, musea enz.

NGO’s kunnen een accreditatie aanvragen en daarmee een erkenning krijgen als expert-organisatie die adviserende diensten kan verlenen in het internationale kader van de Conventie. Wellicht de meest welomschreven rol voor geaccrediteerde NGO’s ligt in een mogelijk lidmaatschap in de Evaluation Body die de aanvraagdossiers voor de Conventie adviseert voor het intergouvernementeel comité.

Parallel met het wereldwijde succes van de Conventie, zien we ook een indrukwekkende dynamiek in de NGO-wereld rond de Conventie. Vele tientallen NGO’s dienden zich van bij de start van de Conventie aan voor accreditatie en groeiden intussen uit tot een wijdvertakt netwerk van civil society organisaties die als bruggenbouwers tussen gemeenschappen op het terrein en (inter)nationale overheden mee de schouders zetten onder de werking rond de Conventie en het borgen van immaterieel erfgoed wereldwijd.

Evaluation body

Alle aanvragen voor evaluatie en advisering worden sinds 2015 voorgelegd aan de adviescommissie, Evaluation Body. De internationale Evaluation Body van de UNESCO 2003 Conventie is samengesteld uit twaalf leden, die aangesteld worden door het Intergouvernementeel Comité. Zes experten zitten in dat adviserend orgaan namens de lidstaten en zes experten vanuit NGO’s.

De 6 verschillende geopolitieke regio’s hebben zo elk twee afgevaardigden in de Evaluation Body:

  • Group I (Western European and North American States)
  • Group II (Eastern European States)
  • Group III (Latin-American and Caribbean States)
  • Group IV (Asian and Pacific States)
  • Group V (a) (African States)
  • Group V (b) (Arab States).

Dit zijn de zogeheten ‘electoral groups’ waarin UNESCO het mondiale overleg en samenwerking structureert.

Meer informatie over immaterieel cultureel erfgoed, de UNESCO-Conventie 2003 en het Vlaams beleid voor immaterieel erfgoed.