Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Hoofdlijnen

Strategische visienota

In het Cultureelerfgoeddecreet van 24 februari 2017 staat voor de allereerste keer een strategische visienota ingeschreven. Met dat nieuwe instrument legt de minister zijn strategische visie en beleidsaccenten voor het erkennen en ondersteunen van cultureel-erfgoedorganisaties vast.
 
Op 31 maart 2017  stelde minister Sven Gatz zijn strategische visienota voor aan de Vlaamse Regering. Over deze visienota wordt het advies ingewonnen van de SARC. De visienota wordt ook ingediend bij het Vlaams Parlement.
 
Vier krachtlijnen staan centraal:
  • we versterken de collecties in Vlaanderen
  • we verbinden waar mogelijk ons roerend erfgoed (o.a. kunstwerken, manuscripten, werktuigen) en immaterieel erfgoed (o.a. tradities, gebruiken, vaardigheden, rituelen)
  • we zetten in op meer samenwerking en afstemming gericht op meer slagkracht en minder versnippering in de Vlaamse cultureel-erfgoedsector
  • we mikken op een brede participatie en diversiteit

Minister Gatz wil samen met de lokale besturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie een gevarieerde aanwezigheid van cultureel erfgoed in Vlaanderen en Brussel waarborgen.

Cultureel-erfgoedorganisaties, van lokaal tot internationaal niveau, zijn daarbij cruciaal. Ze werken duurzaam en kwaliteitsvol vanuit een maatschappelijke verantwoordelijkheid voor het doorgeven van cultureel erfgoed. Collectiegericht denken – in de brede zin – staat centraal.

Het KMSKA en het M HKA krijgen als Instellingen van de Vlaamse Gemeenschap met internationale ambitie, de omschrijving van cultureel-erfgoedinstelling. De lat ligt hoog: de manier waarop ze de cultureel-erfgoedwerking uitvoeren, geldt als voorbeeld voor het hele cultureel-erfgoedveld. Daarbij staan samenwerking en afstemming tussen beide en met een breed netwerk van partners van lokaal tot internationaal niveau centraal. Musea, culturele archiefinstellingen of erfgoedbibliotheken kunnen in hun aanvraag hun ambitie kenbaar maken om aangeduid te worden als cultureel-erfgoedinstelling.

Voor de dienstverlenende rollen op landelijk niveau worden een aantal thema’s afgebakend die deze legislatuur prioritair zijn:

  • agrarisch en industrieel erfgoed
  • ambachten
  • heemkunde en familiekunde (lokale geschiedenis en genealogie)
  • erfgoed van alledag
  • onderwijserfgoed
  • religieus erfgoed
  • migratie-erfgoed
  • kunstenerfgoed met bijzondere aandacht voor beeldende kunstarchieven en kunstenaarsestates (nalatenschap van kunstenaars), architectuur- en vormgevingserfgoed, podiumkunsten en muzikaal erfgoed
  • erfgoedwerking in het digitale tijdperk
  • promotie van cultureel erfgoed
  • erfgoedbibliotheken
  • private archieven
  • beeld- en databeleid voor musea

Met de projectsubsidies kiest minister Gatz ervoor om een dynamische cultureel-erfgoedwerking te stimuleren. Projecten met volgende inhoudelijke accenten krijgen voorrang:

  • waardering van cultureel erfgoed;
  • participatie;
  • samenwerken met andere beleidsdomeinen;
  • opstap naar een landelijke indeling of aanduiding als cultureel-erfgoedinstelling;
  • internationale (samen)werking.

In het uitvoeringsbesluit bij het Cultureelerfgoeddecreet van 24 februari 2017 worden meer gedetailleerde voorwaarden en criteria opgenomen om de strategische visie en beleidsaccenten in de praktijk te brengen.
 

>Visienota
>Visienota - schema
>Visienota - tabel
>Visienota - input VGC
>Visienota - input VVSG
>Visienota - input VVSG samenvatting


 

Complementair beleid

Door de afslanking van de provincies wordt het complementaire beleid hertekend. Vanaf 1 januari 2018 dragen de provincies hun culturele bevoegdheid over en zijn ze niet langer betrokken partij in het cultureelerfgoedbeleid. 

Met de steden, gemeenten en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) wordt een nieuwe afsprakenregeling gemaakt over de wijze waarop ze betrokken worden bij de uitvoering van het decreet:
  • de steden, gemeenten en de VGC worden betrokken bij de opmaak van de strategische visienota
  • ze kunnen gehoord worden na de beoordelingsprocedure over werkingssubsidies aan cultureelerfgoedorganisaties op hun grondgebied
  • ze worden betrokken bij het sluiten van een beheersovereenkomst met de cultureelerfgoedorganisaties die aangeduid werden als ‘cultureelerfgoedinstelling’ en die gevestigd zijn op hun grondgebied.

Nieuwe begrippen: functies en rollen

Het Cultureelerfgoeddecreet van 24 februari 2017 introduceert functies en rollen als belangrijke nieuwe begrippen. Die nieuwe begrippen zijn gemeenschappelijk voor de verschillende deelsectoren en integreren de roerende en immateriële benadering. De functies en rollen vormen de basis van de subsidiëring.

Een functie wordt gedefinieerd als een basistaak in de cultureel-erfgoedwerking. De vier ‘basisfuncties’ uit het vorige decreet worden geactualiseerd en uitgebreid naar vijf functies:
  • herkennen en verzamelen
  • behouden en borgen
  • onderzoeken
  • presenteren en toeleiden
  • participeren.
De functies omvatten alle geïdentificeerde erfgoedtaken, zowel voor roerend als immaterieel erfgoed. 

Een rol staat voor een dienstverlenende taak of cluster van dienstverlenende taken die uitgevoerd wordt ter ondersteuning van de functies bij andere cultureel-erfgoedbeheerders of -gemeenschappen.

De basis voor dit nieuwe begrippenkader werd gelegd in de Conceptnota Naar een duurzame cultureel-erfgoedwerking in Vlaanderen. De vijf functies in het decreet komen overeen met de eerste vijf erfgoedtaken uit de nota (zie pg. 12 tot 14), de zesde erfgoedtaak stemt overeen met de dienstverlenende rol.

Aanduiding van cultureelerfgoedinstellingen

Een aantal collectiebeherende organisaties met een kwaliteitsvolle werking en collectie, én met een uitstraling, schaalgrootte, bereik en relevantie op landelijk en internationaal niveau, kunnen aangeduid worden als (grote) ‘cultureel-erfgoedinstellingen’. De Vlaamse overheid wil voor deze cultureel-erfgoedinstellingen een grotere verantwoordelijkheid nemen door een substantiële subsidie toe te kennen voor hun werking.

Met de werkingssubsidie:
  • brengen die cultureel-erfgoedinstellingen de uitvoering van hun basistaken (functies) op een excellent niveau
  • spelen ze actief in op nieuwe ontwikkelingen en uitdagingen in de samenleving
  • hebben zij een voorbeeldrol inzake goed bestuur, samenwerking en expertisedeling. 
De aanduiding als cultureel-erfgoedinstelling kan niet afzonderlijk aangevraagd worden, maar gebeurt gelijktijdig met de aanvraagprocedure voor indeling en subsidiëring. De aanduiding geldt voor onbepaalde duur. De werkingssubsidie aan die instellingen wordt niet in vraag gesteld, enkel de hoogte van het bedrag wordt vijfjaarlijks herbekeken.

 

Werkingssubsidies voor het uitvoeren van functies

Naast de aanduiding van een beperkte groep ’cultureelerfgoedinstellingen’, neemt de Vlaamse overheid verantwoordelijkheid op voor een ruime groep van collectiebeherende cultureelerfgoedorganisaties.


Collectiebeherende organisaties: landelijk en regionaal

Het provinciale ondersteuningsbeleid voor musea en archiefinstellingen wordt geïntegreerd in het decreet. 
De vijf functies vormen de basis voor landelijke of regionale indeling en subsidiëring. De criteria maken een onderscheid tussen landelijke en regionale indeling en worden, net als de beoordelingsprocedure, nader bepaald in het uitvoeringsbesluit.

Alle bedragen voor werkingssubsidies in het nieuwe decreet zijn variabel, voor de regionaal ingedeelde organisaties zijn hierbij wel minimum- en maximumbedragen bepaald.

 

Indeling en subsidiëring van erfgoedbibliotheken

Voor het eerst wordt het mogelijk om erfgoedbibliotheken in te delen en te subsidiëren. De erfgoedbibliotheken moeten, net als de musea en culturele archiefinstellingen, een afzonderlijke opzichzelfstaande cultureelerfgoedwerking hebben om ingedeeld en structureel gesubsidieerd te worden. Voor organisaties waarvan de cultureelerfgoedwerking deel uitmaakt van een andere werking binnen dezelfde organisatie, zit de structurele financiering vervat in die bredere werking. 


Organisatie voor immaterieel cultureel erfgoed

Het decreet voorziet in de subsidiëring van een organisatie op landelijk niveau die de 5 functies opneemt specifiek voor immaterieel erfgoed.


 

Werkingssubsidies voor een dienstverlenende rol op landelijk niveau

Een werkingssubsidie voor het uitvoeren van een dienstverlenende rol op landelijk niveau wordt aangevraagd voor complexe of grootschalige erfgoednoden.
 
Die noden overstijgen de draagkracht van individuele organisaties. Diverse vormen van kennis, expertise, en infrastructuur moeten worden samengebracht. 
 
Deze subsidielijn vervangt de verschillende subsidielijnen die in voorgaande decreten per dienstverlenend organisatietype werden benoemd. Collectiebeherende organisaties kunnen hier op intekenen, bijkomend op de werkingssubsidies voor de vijf functies. Het opnemen van een landelijke dienstverlenende rol door een collectiebeherende organisatie is optioneel.

Indien de rol wordt aangevraagd door een collectiebeherende organisatie is deze gelinkt aan de aanwezige competenties en expertise in de organisatie. Door deze rol afzonderlijk te subsidiëren, wordt de aanwezige expertise en inzet duidelijker gevaloriseerd. Het betekent wel dat de collectiebeherende organisatie op het moment van de aanvraag  over deze expertise moet beschikken en dat een afzonderlijke cel en personeel moet instaan voor het uitvoeren en coördineren van de dienstverlening naar het brede veld; zowel naar cultureelerfgoedorganisaties als naar organisaties die erfgoedwerking niet als kerntaak hebben.

Een afzonderlijke dienstverlenende organisatie komt in aanmerking voor werkingssubsidies voor het opnemen van een rol indien het belang en de noden van de cultureelerfgoedbeheerders of -gemeenschappen waarop de dienstverlening gericht is, verantwoord kan worden en voor zover een collectiebeherende organisatie (of een andere cultureel-erfgoedorganisatie) deze rol nog niet invult.

Mogelijke dienstverlenende rollen worden niet vastgelegd in de regelgeving. Zo wordt de openheid behouden om in te spelen op nieuwe evoluties en noden in het veld. Het  regietraject dat de afdeling Cultureel Erfgoed voerde, focust op de ontwikkeling van het landelijke dienstverlenende veld.

 

Werkingssubsidies voor een dienstverlenende rol op regionaal niveau voor andere besturen

De ondersteuning van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) via het instrument van de cultureelerfgoedconvenants blijft mogelijk.
 
De subsidie wordt toegekend voor het opnemen van een dienstverlenende rol op regionaal niveau, ter ondersteuning van de cultureel-erfgoedwerking bij cultureelerfgoedbeheerders en -gemeenschappen op het grondgebied.
 
Voor de VGC is het ontwikkelen van een depotbeleid op het grondgebied een bijkomende doelstelling.

Voorwaarde tot de subsidiëring van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, is in de eerste plaats de aanwezigheid van voldoende cultureel erfgoed en cultureelerfgoedbeheerders die een dienstverlenende rol verantwoorden.
 
Daarnaast geldt een werkingsgebied dat ten minste 85.000 inwoners omvat. Deze voorwaarde wordt ingeschreven met het oog op voldoende schaalgrootte voor de cultuurerfgoedwerking.
Het minimum aantal inwoners op het grondgebied is niet van toepassing in geval het intergemeentelijk samenwerkingsverband samenvalt met het werkingsgebied van een erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst.

De steden Antwerpen, Gent, Brugge, Leuven en Mechelen kunnen voor het opnemen van de regionale dienstverlening ondersteuning krijgen wanneer de stad die rol delegeert aan een collectiebeherende organisatie op het grondgebied of door deel te nemen aan een intergemeentelijk samenwerkingsverband.

 

Eenzelfde indiendatum voor werkingssubsidies

Het decreet voorziet 1 indiendatum voor de aanvragen voor de meeste types werkingssubsidies. Dat maakt een gecoördineerde beslissing mogelijk voor het brede cultureelerfgoedveld. Er zijn geen tussentijdse indiendata meer voorzien.
 
In 2018 vindt een eerste ‘grote erfgoedronde’ plaats voor de periode 2019 – 2023. 

De beleidsperiode voor de ondersteuning van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden voor regionale dienstverlening blijft 6 jaar, gekoppeld aan de legislatuur van de steden en gemeenten. Het cultureelerfgoedconvenant met de Vlaamse Gemeenschapscommissie blijft de legislatuur van het Vlaams Parlement volgen.

 

Projectmatige ondersteuning

Door tijdelijke projecten te ondersteunen wil de Vlaamse Gemeenschap een dynamische cultureelerfgoedwerking stimuleren.

Projecten die focussen op cultureelerfgoedwerking en met een uitgesproken landelijke of internationale schaalgrootte, reikwijdte of uitstraling, komen in aanmerking voor subsidiëring. 

Projectsubsidies kunnen aangevraagd worden voor:
  • landelijke en internationale cultureel-erfgoedprojecten die inzetten op één of meer functies, of een dienstverlenende rol, of de combinatie van beiden
  • projectsubsidies voor internationale cultureel-erfgoedprojecten die cofinanciering vereisen
  • tussenkomsten voor internationale uitwisseling met het oog op competentieontwikkeling.
Organisaties die niet beschikken over een kwaliteitslabel of geen werkingssubsidie ontvangen komen enkel in aanmerking voor landelijke en internationale cultureelerfgoedprojecten als ze samenwerken met een organisatie die een werkingssubsidie ontvangt op basis van het decreet. Aanvragen van cultureelerfgoedinstellingen komen alleen in aanmerking voor projecten met een internationale schaalgrootte, reikwijdte en relevantie.

Cofinancieringsprojecten zijn enkel beschikbaar voor organisaties die een werkingssubsidie ontvangen. Tussenkomsten voor internationale uitwisseling zijn beschikbaar voor organisaties met een kwaliteitslabel of een werkingssubsidie. 

Voor de beoordeling van de projectsubsidies wordt een advies geformuleerd door de administratie samen met verschillende externe experten. Op deze wijze kan flexibel ingespeeld worden op de specifieke expertises die nodig zijn voor de advisering van voorliggende dossiers per ronde.
 

Steunpunt voor Cultureel Erfgoed

Het ondersteunen van het steunpunt is niet opgenomen in het decreet. Voor het cultuurbrede afstemmen van de taken en rollen van intermediaire structuren worden de steunpunten voor alle culturele sectoren op dezelfde manier geherdefinieerd.
 
Een overgangsbepaling voorziet dat de huidige subsidiëring van Faro. Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed wordt voortgezet op basis van het Cultureel-erfgoeddecreet van 6 juli 2012, tot een nieuwe regelgeving van toepassing is.