Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Voornaamste wijzigingen na behandeling in het Vlaams Parlement

Na definitieve goedkeuring door de Vlaamse Regering, wordt het ontwerp van decreet overgemaakt aan het Vlaams Parlement.

De voorzitter van het Vlaams Parlement wijst het ontwerpdecreet dan toe aan een commissie, waar het dossier besproken wordt. Zowel de Vlaamse Regering als de leden van het Vlaams Parlement kunnen nog amendementen indienen.

Op 17 januari 2017 vond een hoorzitting over het nieuwe Cultureelerfgoeddecreet plaats in de Commissie Cultuur van het Vlaams Parlement. Verschillende actoren uit de sector (SARC, OCE en VVSG) werden daarbij gehoord.

Op 26 januari was er een debat in de Commissie Cultuur en antwoordde minister Gatz op vragen van de parlementsleden.

Na de bespreking in de commissie, werd het dossier op 15 februari en nogmaals besproken en gestemd in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement.

Naast een aantal technische amendementen, werden volgende inhoudelijke wijzigingen aangenomen:

  • in de procedure voor werkingssubsidies zal er een mogelijkheid tot repliek voorzien worden (art. 41);
  • de stadsarchieven in centrumsteden worden vrijgesteld van de subsidiëringsvoorwaarde dat er een afzonderlijke cultureel-erfgoedwerking moet zijn (art. 48);
  • voor de regionale dienstverlenende rollen (cultureel-erfgoedconvenants) werd een verduidelijking toegevoegd dat cultureel-erfgoedcellen aan publiekswerking kunnen doen (art. 57);
  • de resterende aanvullende subsidies voor tewerkstelling in de cultureel-erfgoedsector worden geïntegreerd in het decreet (art. 97):
    • voor regionaal ingedeelde organisaties wordt de tewerkstellingssubsidie toegevoegd aan de werkingssubsidie vanaf 2019. De eerste beleidsperiode wordt het maximaal bedrag voor de regionaal ingedeelde organisaties (vermeld in art. 50) hiervoor verhoogd met 50%;
    • voor erkende organisaties die niet regionaal zijn ingedeeld wordt de tewerkstellingssubsidie vanaf 2021 toegevoegd aan de werkingssubsidie van een regionale dienstverlenende rol, indien de erkende organisatie deel uitmaakt van een goedgekeurde aanvraag voor een dergelijke rol;
    • voor niet-erkende organisaties stopt de tewerkstellingssubsidie vanaf 2019.