Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Op welke manier zal de regie door de afdeling Cultureel Erfgoed worden gevoerd? 

De afdeling Cultureel Erfgoed zette een traject uit dat startte in de zomer 2016 en loopt tot begin 2017. Tijdens deze periode werden cultureel-erfgoedorganisaties bevraagd over de door hen geambieerde of verzekerde dienstverlening in het veld. De afdeling verwerkte de resultaten van deze bevraging die de basis vormden voor gesprekken met de betrokken organisaties. Waar mogelijk wordt afstemming, samenwerking of eventueel een fusie (wanneer de draagkracht en schaalgrootte van organisaties daarom vragen), aangemoedigd. 

De timing:

  • 20/07/2016: alle organisaties met een werkingssubsidie op basis van het Cultureel-erfgoeddecreet van 2012 en alle regionaal ingedeelde collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisaties ontvangen een vragenlijst over het opnemen van een eventuele dienstverlenende rol
  • 12/09/2016: de organisaties bezorgen de ingevulde vragenlijst terug aan de afdeling Cultureel Erfgoed
  • 12/09/2016 – 23/09/2016: de afdeling Cultureel Erfgoed brengt op basis van de bevraging het dienstverlenende veld in kaart, gaat eventuele overlap of complementariteit na en bekijkt waar afstemming, samenwerking, fusie ... aangemoedigd kan worden. Het resultaat van deze oefening wordt teruggekoppeld met het kabinet Cultuur
  • oktober-december 2016: tijdens de tweede helft van oktober neemt de afdeling Cultureel Erfgoed contact op met de betrokken cultureel-erfgoedorganisaties om overleg te plannen in oktober- december. De afdeling knoopt per organisatie, of met een groep van organisaties, gesprekken aan
  • januari - februari 2017: eventuele vervolggesprekken worden gevoerd waarna het regie-traject wordt afgerond
  • februari-maart 2017: de neerslag van het regie-traject wordt verwerkt in de strategische visienota cultureel erfgoed die door de minister uiterlijk op 1 april 2017 wordt voorgelegd aan de Vlaamse regering en nadien aan het Vlaams Parlement.

Organisaties kunnen de resultaten van deze gesprekken verwerken in hun subsidieaanvraag voor 2019-2023. Dit traject is echter géén voorafname op een subsidiebeslissing. De beoordeling van het uiteindelijk ingediende subsidiedossier is doorslaggevend.