Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Fysische ingreep op topstukken in de Topstukkenlijst

Toelating aanvragen

Het Topstukkendecreet voorziet:

  • beschermingsmaatregelen inzake fysische ingrepen
  • een subsidieregeling voor de restauratie van beschermde voorwerpen en verzamelingen. (de subsidies kunnen maximaal 80% van de kosten voor conservatie en restauratie belopen.)

Fysische ingrepen op een beschermd voorwerp zijn enkel toegestaan mits de eigenaar, bezitter of houder daarvoor de toestemming heeft gekregen van de minister. De minister wordt daarbij geadviseerd door de Topstukkenraad.

Het aanvraagformulier voor het uitvoeren van een fysische ingreep wordt door de eigenaar, bezitter of houder ingediend bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media op volgende adres: 

Departement Cultuur, Jeugd en Media
Afdeling Cultureel Erfgoed 
T.a.v. Ingrid Depoorter
Arenbergstraat 9, 1000 BRUSSEL

Als de minister de toestemming voor de ingreep verleent en de voorgestelde werkzaamheden en kosten subsidiabel zijn, kan ook een subsidie worden aangevraagd. Beide aanvragen kunnen tegelijkertijd worden ingediend.

Subsidies aanvragen

Een fysische ingreep op een beschermd voorwerp is pas toegestaan nadat de eigenaar, bezitter of houder daarvoor de toestemming heeft gekregen van de minister. Als die toestemming is verkregen en de voorgestelde werkzaamheden en kosten subsidiabel zijn, kan een subsidie worden aangevraagd.

De tussenkomst kan 50%, 70% of 80% van de kosten bedragen. Het precieze percentage hangt af van

  • de mate waarin het beschermde voorwerp toegankelijk is voor het publiek
  • het juridisch statuut van de eigenaar
  • de fysieke toestand van het beschermd voorwerp

Wie kan subsidies aanvragen?

De subsidies voor fysische ingrepen worden toegekend aan de eigenaars, bezitters of houders van beschermde voorwerpen die de kosten voor bepaalde conservatie- en restauratiewerken dragen. 

De staat, de gemeenschappen, de gewesten en de openbare instellingen die onder hun toezicht staan, vallen buiten deze subsidieregeling. De overheid kan immers noch zichzelf, noch een gelijke of hogere overheid subsidiëren.

Voor de onderwijsinstellingen werd omwille van het gelijkheidsbeginsel een uitzondering op deze regel gemaakt. Op die manier komen zowel de vrije onderwijsinstellingen als de door de overheid ingerichte onderwijsinstellingen voor subsidies in aanmerking. 

De provinciale en lokale besturen en de instellingen die onder hun toezicht staan, zoals OCMW’s en kerkfabrieken, komen eveneens voor deze subsidieregeling in aanmerking. 


Welke fysische ingrepen?

Het moet steeds gaan om restauratie- of conservatiewerkzaamheden waarvoor vooraf de toelating van de minister werd verkregen of, tegelijk met de subsidievraag, aangevraagd. Ook noodmaatregelen kunnen (achteraf) voor subsidiëring in aanmerking komen.

Conservatiewerkzaamheden
Conservatiewerkzaamheden zijn erop gericht de materiële toestand van een object te stabiliseren en verder verval te verhinderen of te vertragen. 
Voorbeelden: de berging of presentatie van een object verbeteren, steunconstructies aanbrengen, stof en vuil verwijderen, losse onderdelen vastzetten, verzwakte onderdelen door impregnatie of met hechtmiddel verstevigen, het verstevigen van de picturale laag, preventief en/of curatief behandelen tegen insecten- en schimmelaantasting.

Restauratiewerkzaamheden 
Restauratiewerkzaamheden worden in het uitvoeringsbesluit omschreven als “het geheel van handelingen dat een beschadigd of een gedeeltelijk verloren gegaan object in een vooraf gedefinieerde toestand terugbrengt. Daarbij wordt rekening gehouden met de oorspronkelijke en door de maker bedoelde verschijningsvorm, evenals met de natuurlijke veroudering.” 

Voorbeelden: onderdelen vervangen of vernieuwen, latere toevoegingen of oude restauraties verwijderen, verloren gegane delen toevoegen of aanvullen, vergeelde of vervuilde vernis- of lijmlagen verwijderen.


Subsidiabele kosten

onderzoekskosten 

In een aantal complexere gevallen kan het nodig zijn dat er voor de eigenlijke behandeling een aan de behandeling voorafgaand onderzoek plaatsvindt naar de feitelijke toestand, de materiaalsamenstelling of de vervaardigingstechniek van een object. Dit diagnostisch onderzoek is vaak noodzakelijk om de juiste behandelingswijze te kunnen bepalen.

Voorbeelden: röntgenopnamen, chemische materiaalanalyse, infraroodreflectografie.

uitvoerings- en materiaalkosten 

Hieronder vallen de klassieke conservatie- en restauratiekosten. De belangrijkste kostendrijver vormt het aantal uren dat de restaurator aan de conservatie of restauratie van het object dient te besteden.

verpakkings- en transportkosten 

Het transport van de te behandelen objecten naar en van het restauratie-atelier.

kosten gemaakt voor dringende bewaringsmaatregelen, uitgevoerd in noodsituaties 

Dringende bewaringsmaatregelen zijn noodzakelijk wanneer een object op korte tijd schade dreigt op te lopen en informatie dreigt te verliezen. De oorzaak zal meestal een of andere calamiteit zijn, zoals brand, waterschade, stormschade, aardbeving, schade door verkeerde manipulatie of vandalisme.

Anderzijds kan ernstige schade, die het gevolg is van lange ongunstige bewaaromstandigheden op zeer korte tijd aan het licht treden en dringende maatregelen vergen. Voorbeeld: fixatie van verfpartikels na beschadiging door brand.

de btw op de voormelde kosten voor zover de aanvrager niet btw-plichtig is 

Deze bepaling moet een niet-btw-plichtige aanvrager toelaten om de voor hem niet recupereerbare btw op restauratie– en conservatiewerkzaamheden voor subsidiëring in te brengen en zo alsnog gedeeltelijk te recupereren.


Een aanvraag indienen

De aanvraag moet een gedetailleerde raming bevatten van de kosten en financieringsmiddelen. De kosten worden opgedeeld in een gedetailleerde lijst van werkzaamheden met een raming per post. Onder financieringsmiddelen vallen ondermeer de verzekeringsvergoedingen en de subsidies van andere overheden.

Aanvragen worden door de eigenaar, bezitter of houder ingediend op volgende adres: 

Ingrid Depoorter 
Departement Cultuur, Jeugd en Media 
Afdeling Cultureel Erfgoed
Arenbergstraat 9, 1000 Brussel
Tel. 02 553 68 51

Opvolging subsidieaanvraag

De minister beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie. Een subsidievraag kan enkel geweigerd worden wanneer de ingediende aanvraag onontvankelijk is of bij ontoereikendheid van de op de begroting ingeschreven kredieten. 

Bij de prioriteitsbepaling wordt absolute voorrang gegeven aan dringende conservatiemaatregelen die nodig zijn voor de instandhouding van het object, vervolgens aan de verderzetting van reeds aangevatte en voor een eerdere fase gesubsidieerde werken. Als laatste criterium wordt rekening gehouden met de chronologie van de indiening van de subsidieaanvragen. 

Bij aanvang van de werken wordt een voorschot van 70% van het toegekende bedrag uitbetaald. Het saldo wordt uitbetaald na beëindiging van de werken en na controle van het verantwoordingsdossier.

 

Het subsidiebedrag

Naargelang de situatie bedraagt de tussenkomst 50%, 70% of 80% van de subsidiabele kosten, afhankelijk van:

  • de mate waarin het beschermd voorwerp toegankelijk is voor het publiek
  • het juridisch statuut van de eigenaar
  • de fysieke toestand van het beschermd voorwerp

 

 

Situatie beschermd voorwerp Subsidiepercentage
Niet voor het publiek toegankelijke beschermde voorwerpen 50%
Het beschermde voorwerp is publiek toegankelijk gemaakt via een overeenkomst tussen de subsidieaanvrager en de minister 70%
Het beschermde voorwerp is eigendom van een rechtspersoon zonder commercieel karakter die als taak heeft het voorwerp in goede staat te bewaren én het voorwerp is publiek toegankelijk gemaakt via een overeenkomst tussen de subsidieaanvrager en de minister 80%
Het beschermd voorwerp dreigt, omwille van zijn slechte fysieke toestand en omstandigheden waarin het zich bevindt, onherroepelijk verloren te gaan 80%

 

Het subsidiebedrag wordt per ministerieel besluit toegekend en wordt bepaald op basis van de geraamde kosten van de conservatie- of restauratiewerkzaamheden. Het gaat daarbij steeds om een maximumbedrag. 


Het bedrag dat uiteindelijk wordt uitbetaald, kan lager liggen dan dit maximumbedrag, bijvoorbeeld wanneer de reële kosten lager blijken te liggen dan de initiële raming of wanneer de uit te betalen subsidie (x % van de totale ingebrachte kosten) hoger zou worden dan het verschil tussen andere bijdragen (zoals verzekeringen, subsidies van andere overheden) en de reële kosten.

 

Cumulatie van subsidies

De resterende kosten van de conservatie- of restauratiewerken die niet binnen het kader van het topstukkenbesluit gesubsidieerd worden, mogen niet gefinancierd worden met middelen die afkomstig zijn van de staat, de gemeenschappen of de gewesten.

Als dit wel gebeurt, wordt het bedrag van deze financieringsmiddelen afgetrokken van de subsidie toegekend binnen het kader van het topstukkendecreet.