Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Restauratie Lam Gods

Ontdekkingen van de eerste fase van de behandeling

Begin oktober 2012 startte de restauratie van het Lam Gods, het beroemde meesterwerk van de gebroeders Van Eyck, een restauratie in drie fases, die gedurende meer dan vijf jaar van dichtbij zal kunnen gevolgd worden in het Gentse Museum voor Schone Kunsten (MSK). Momenteel loopt de eerste fase van de behandeling: de acht panelen en acht originele lijsten van de buitenluiken. De restauratie werd gestart met het verwijderen van de vele vernislagen die het werk een sterk vervuild en vergeeld uitzicht hadden bezorgd. Onder microscoop werden de verschillende vernissen met een fijn wattenstaafje stapsgewijs afgedund. Het verwijderen van deze vernislagen geeft op zich al een vrij spectaculair resultaat en deed de kleuren opnieuw oplichten. Maar met de opzienbarende ontdekkingen, die eind juni 2014 tijdens een persconferentie in het Museum voor Schone Kunsten in Gent werden onthuld, zal het werk pas écht opnieuw terug schitteren zoals rond 1430.
 

1. Toestand voor restauratie: vergeeld vernis  2. Tijdens de eerste reinigingsfase  3. Tijdens de tweede reinigingsfase.

foto © KIK-IRPA, Brussel 


Bij het verwijderen van de vele vernislagen ontdekten de restaurateurs immers verrassend veel overschilderingen. Bij een aanzienlijk deel van de thans zichtbare verflaag gaat het in werkelijkheid om oude overschilderingen, die voor 1650 zijn aangebracht.

Om zeker te zijn dat het wel degelijk om overschilderingen gaat, werd een rist hoogtechnologische onderzoekingen gedaan met microscopen, infraroodreflectogrammen en de MA-XRF scanning die de voorbije jaren door professor Koen Janssens van de Universiteit Antwerpen werden ontwikkeld. Met zijn scanmethode is het mogelijk chemische elementen van verf zoals lood, koper, ijzer en kwik te detecteren.
 

foto © Universiteit Antwerpen 


De analyses werden gekoppeld aan testen op de schilderijen zelf om te bepalen of de overschilderingen zonder schade verwijderd kunnen worden en om de toestand van de onderliggende verflaag (van Van Eyck) te evalueren. De technische onderzoeken wezen uit dat dit (bijna overal) mogelijk was, zonder de originele picturale laag te beschadigen. Deze ingrepen maakten een uitbreiding van de lopende campagne echter noodzakelijk.

Het verwijderen van de talrijke overschilderingen op de buitenpanelen van het altaarstuk vereiste bovendien een zeer subtiele aanpak van de restauratoren en de ondersteuning vanuit de laboratoria van het KIK, wat mede werd mogelijk gemaakt dankzij de steun van het Gieskes Strijbisfonds.

Ook de Universiteit Gent leverde in het kader van een geconcerteerde onderzoeksactie (GOA) bijkomende steun onder de vorm van een doctoraatstudie naar de materiële geschiedenis van het werk en het ter beschikking stellen van een 3d-hogeresolutiemicroscoop (HIROX).

Exemplarisch voor de esthetische ‘kwaliteitswinst’ die de lopende restauratiecampagne oplevert, zijn de twee panelen ‘Stadsgezicht’ en ‘Interieur’.

Gelijktijdig met het verwijderen van de vernislagen, werden ook verschillende oude en storende retouches verwijderd. Dit was nodig omdat ze soms de originele kleur verstopten, originele subtiliteiten hadden versluierd of de oorspronkelijke kleurtonen doffer maakten. Dit laatste bleek vooral het geval bij de muurtjes, de tegelvloeren en de luchtpartijen van de bovenste panelen. De muurtjes werden ooit bruin overschilderd en verschilden in kleur amper met de vloer. Maar bij het verwijderen van de bruine overschildering opende zich een nieuwe wereld. De muurtjes zijn veel lichter van kleur dan de vloer, wat het drie-dimensioneel aspect versterkt. Met de oorspronkelijke helblauwe lucht is het tonale contrast en de dieptewerking bij de bovenste panelen opnieuw zoveel rijkelijker en sprekender.

Ook op andere plaatsen, zoals in de plooival bij de kledij van de Maagd en Johannes de Doper, of bij de kleurtinten in het gelaat van de personages, bleken retouches het originele raffinnement en de nuances van Van Eyck te verbergen.

 

KIK-IRPA

Sint-Baafskathedraal Gent © Lukasweb.be - Art in Flanders vzw - foto KIK-IRPA


Opmerkelijk is ook de beeldverrijking die de restauratie van het paneel met Elisabeth Borluut opleverde. Na verwijdering van de effen zwarte overschildering achter Elisabeth Borluut kwamen slagschaduwen tevoorschijn die een ruimte suggereren en zelfs een hoekje met stofwebben. Ook de rode mantel van Joos Vijd zorgde voor de nodige verrassingen. De restaurateurs maakten er een ‘kijkvenster’, een klein stukje van het paneel dat ontdaan is van alle overschilderingen. Ook hier is het verschil in kwaliteit tussen de latere, vrij grove en korrelige overschildering(en) en de originele picturale laag van Van Eyck zeer groot. Naast de spectaculaire verbeteringen in de ruimtelijke suggestie bij de individuele panelen, zorgde het verwijderen van de talrijke overschilderingen er ook voor dat de samenhang tussen de verschillende panelen onderling aanzienlijk versterkt werd.

Pas nadat de vernislagen en de overschilderingen zorgvuldig verwijderd waren, konden de restaurateurs beginnen met het consolideren van de oorspronkelijke verflagen. Bij dit minitieuze werkje worden opstaande verschilfers terug vlak gelegd en krijgt het beschilderde oppervlak een egaler uitzicht. Dit zorgt voor een aanzienlijke visuele verbetering in zones met subtiele kleurovergangen en degradés, zoals bij de vloeren in de bovenste panelen.

Met het verwijderen van vernis en retouches werden vullingen zichtbaar die bij eerdere restauraties waren aangebracht. Slecht hechtende vullingen of retouches die over de originele verflaag waren aangebracht moesten verwijderd worden. De lacunes werden met een fijn penseeltje en met een mengsel van krijt en lijm ‘op niveau’ gebracht tot net onder de verflagen.
 

foto © KIK-IRPA, Brussel


Elke lacune moet tijdens het finale retoucheerwerk perfect geïntegreerd worden binnen Van Eyck’s origineel. Om de visuele eenheid en het evenwicht te behouden tussen de verschillende panelen van de buitenluiken, wordt er geretoucheerd in verschillende stappen. Een beproefde methode die het KIK reeds lang toepast.

In verschillende lagen wordt de basistoon verder uitgewerkt tot tenslotte op een tussenvernis die laatste kleuraccenten worden geplaatst die het geheel opnieuw zullen doen schitteren als weleer. Een uiterst secuur werkje. De restaurateurs moeten daarbij zowel rekening houden met de tonale verschillen als de gelijkenissen van de verschillende panelen zodat het buitenregister er na de restauratie terug als een geheel uitziet. Pas nadien, wordt een afsluitend vernis aangebracht waardoor de gerestaureerde buitenluiken van het Lam Godsretabel weer in volle glorie te bewonderen zullen zijn.

Ook de lijsten van de panelen uit Berlijn bleken nog enkele onvermoede verrassingen in te houden. In de vijftiende eeuw vormden de lijsten een onlosmakelijk deel van het schilderij. Schilderijen uit die periode die nog hun originele lijsten hebben zijn echter erg zeldzaam, exemplaren met originele polychromie des te meer. Op de lijsten van de panelen uit Duitsland bleek de originele polychromie (een architectuurimitatie) nog in belangrijke mate bewaard. Er werd dan ook, na onderzoek en rijp beraad, besloten om de originele polychromie opnieuw bloot te leggen.

Eens de rijkelijke polychromie op het lijstwerk vanonder de vergeelde vernislagen en overschilderingen te voorschijn kwam, bleek een even nauwgezette restauratie als bij de panelen noodzakelijk. De waardevolle architecturale natuursteenimitatie wordt daarbij in zijn oorspronkelijke kleurtoon hersteld, zonder de historische sporen te vergeten. Om de eenheid te bewaren van dit complexe altaarstuk, worden de details in de texturen en de patronen van de verschillende lijsten finaal op elkaar afgestemd.

Door de lijsten en de panelen samen én integraal te kunnen behandelen, is de eerste fase van de restauratie uitgegroeid tot een herontdekking van de unieke picturale kwaliteiten van het werk. Veel meer dan een restauratie, een ware revelatie van een Vlaams Topstuk, een incoon van de Westerse kunstgeschiedenis.

Het is vrij confronterend om te beseffen dat de in de eerste fase van deze campagne in behandeling genomen panelen in die mate overschilderd zijn – en niet altijd zeer fijnzinnig –  en dat er op basis van deze panelen desondanks toch al eeuwen een onbetwiste consensus inzake de genialiteit van dit retabel bestaat. Het is wel zo dat de panelen die nu door de restaurateurs behandeld worden bij de eerste restauratiecampagne in 1951 slechts oppervlakkig gerestaureerd werden wegens tijdsdruk. De middenpanelen daarentegen kregen toen een grondiger restauratiebehandeling. Vermoedelijk zijn er op deze panelen dan ook al meer overschilderingen verwijderd dan dat bij de nu behandelde panelen het geval is. Door de spectaculaire ontdekkingen op de buitenluiken, werden de binnenpanelen in de St-Baafskathedraal alvast bijkomend onderzocht. Het onderzoek werd mogelijk gemaakt door een extra financiering van het Gieskes-Strijbis Fonds. Afwachten tot welke ontdekkingen de restauratie van de binnenluiken al dan niet zal leiden. De bijkomende onderzoeken doen het beste verhopen.

foto © KIK-IRPA, Brussel 


De Vlaamse overheid kende voor deze bijkomende restauratieve ingreep een bijkomende subsidie van 119.938,40 euro toe voor de restauratie van deze lijsten. Opnieuw namen de minister van Cultuur en de minister voor Onroerend Erfgoed elk de helft van dit bedrag voor hun rekening. 


Aanbidding van het Lam Gods

De Aanbidding van het Lam Gods werd in 1432 geschilderd door Hubert en Jan van Eyck voor de Sint-Baafskathedraal (toen nog de Sint-Janskerk) in Gent. Het was een opdracht van Joos Vijd en Elisabeth Borluut, van wie de portretten - in al dan niet valse bescheidenheid op de keerzijde van de luiken prijken.

De Eerste Wereldoorlog bracht het retabel terug samen. De zijluiken waren in de 19de eeuw na verkoop in Berlijn beland en de al te onzedige luiken met de naakte Adam en Eva in het Museum voor Schone Kunsten in Brussel. Op de panelen met Adam en Eva na, werden de zijluiken met de lijsten in Berlijn in 1894 doormidden gezaagd en voorzien van een parkettering.

De Rechtvaardige rechters  werden na de stoutmoedige diefstal in 1934 vervangen door een kopie van Joseph Van der Veken. Het origineel werd tot op vandaag niet teruggevonden. Speculaties over de bewaarplaats van dit luik luiden steevast de komkommertijd in Vlaanderen in.


Dubbel beschermd

Het Lam Godsretabel geniet als cultuurgoed dat integrerend deel uitmaakt van de Sint-Baafskathedraal in Gent de bescherming van de monumentenwetgeving (onroerend erfgoed). Omwille van het uitzonderlijk belang van het retabel voor het roerend cultureel erfgoed werd het Lam Gods-retabel in 7 april 2009 ook opgenomen in de Topstukkenlijst.

Per besluit van 25 augustus 2010 legde de minister van Cultuur bijzondere beschermingsvoorschriften op voor het Lam Gods-retabel. Hierdoor werden, naast de bescherming als monument en de betoelaging vanuit de hiervoor bestaande regelgeving, ook de subsidie- en beschermingsregeling van het Topstukkendecreet van toepassing op het Lam Godsretabel.

Met deze dubbele bescherming maakten de ministers Bourgeois en Schauvliege het mogelijk om een restauratiecampagne van het Lam Gods op te zetten.


Conservatiebehandeling 2009-2010

In 2009-2010 werd door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) een dringende conservatiebehandeling uitgevoerd van het paneel van de Rechtvaardige Rechters. De behandeling van deze kopie door Van der Veken werd uitgevoerd in de ateliers van het KIK te Brussel. Hiervoor werd door de minister bevoegd voor Onroerend Erfgoed een onderhoudspremie toegekend van 12.000 euro en door de minister van Cultuur een subsidie van 16.204,34 euro op de kostprijs van 35.255,43 euro.

Tegelijkertijd werd het volledige retabel ook wetenschappelijk onderzocht onder de leiding van Prof. Anne Van Grevenstein. De bewaartoestand van de panelen, zo bleek uit dit onderzoek, viel verrassend goed mee.

De vele, vaak oude vernislagen waren sterk vergeeld en gebarsten. De eigenlijke picturale laag was echter meestal in goede staat, zij het met lacunes die soms uitgebreid overschilderd werden.

In het eindrapport werd  sterk aangedrongen om over te gaan tot de conservatie van het retabel.

Het verwijderen van de vele vernislagen zou het retabel terug ‘leesbaarder’ maken. Ook om louter conservatoire redenen drong een structurele ingreep zich op. Tijdens een eerdere door het KIK uitgevoerde conservatie- en restauratiecampagne (1951) werden de panelen behandeld met een nieuw kunstharsvernis ‘keton’ om zo de eeuwigheid te kunnen trotseren. Dit nieuwe type van vernis bleek echter sterk adhesief waardoor op termijn de picturale laag zich sterker aan het vernis hecht dan aan de oorspronkelijke drager. Om toekomstige problemen te vermijden diende, aldus het KIK en de geraadpleegde internationale experten, deze keton-laag zo snel mogelijk verwijderd te worden.


Conservatie- en restauratiebehandeling en studie van het Lam Godsveelluik 2012-2017

Het door de kerkfabriek ingediende restauratiedossier werd, op advies van de Topstukkenraad en Onroerend Erfgoed, door de ministers bevoegd voor het roerend erfgoed en voor onroerend erfgoed goedgekeurd in 2012. Beide ministers trokken voor deze restauratie elk 504.173,25 euro uit. Voor Kunsten en Erfgoed betekende dit dat de volledige dotatie 2012 van het Topstukkenfonds aan deze restauratie werd toegewezen. Deze subsidies zijn goed voor 80 % van de restauratiekosten.

De Kathedrale Kerkfabriek vond het Fonds Inbev-Baillet Latour bereid om de ontbrekende geldelijke middelen (20 % van de totale kosten) voor zijn rekening te nemen.

Het Gentse Museum voor Schone Kunsten stelde een geklimatiseerde zaal ter beschikking voor de inrichting van het restauratie-atelier. Via een beglaasde wand kunnen de bezoekers van het museum er de voortgang van de restauratie volgen.


Naar betere bewaaromstandigheden voor het Lam Gods-retabel

De restauratie van het Lam Gods vindt plaats in het Gentse Museum voor Schone Kunsten waar een restauratieatelier werd ingericht dat een veilige en stabiele omgeving biedt qua klimatologische bewaaromstandigheden.

Na restauratie zullen de panelen terug geïntegreerd worden in de kathedraal. Omdat een definitieve bestemming pas mogelijk is na afwerking van het restauratieprogramma van de kathedraal (2023?) moet een tijdelijke oplossing gevonden worden die toelaat om het retabel tot aan zijn definitieve bestemming in aanvaardbare klimaatomstandigheden in de kooi van de Villakapel te bewaren.

De firma Helicon voerde in opdracht van de minister van Cultuur een opdracht uit tot definiëring van de parameters voor een goed behoud van het retabel (stabiele klimaatomstandigheden voor het retabel, beveiliging tegen diefstal, beveiliging tegen brand, waterschade en andere calamiteiten, warmte-neutrale verlichting) en formuleerde ook een voorstel om de bewaaromstandigheden in de kooi van het Lam Gods te verbeteren.

De eerste resultaten van de aanpassingen die op basis van deze studie werden uitgevoerd, zijn positief:

  • de temperatuur en de luchtvochtigheid evolueren na de doorvoering van de maatregelen binnen een nauwere marge dan voorheen
  • de aangepaste verlichting geeft minder warmte af in de kooi, waardoor het effect op de temperatuur in de kooi wordt getemperd
  • de nieuwe verlichting geeft minder reflectie en neutraliseert deels het groenachtig effect van het glas, hetgeen tot een hoger kijkcomfort leidt.


Partners

Verschillende partners steunen zowel de restauratie, het interdisciplinair wetenschappelijk onderzoek als de publieke ontsluiting. De belangrijkste hierin zijn: 

  • de Vlaamse overheid (Onroerend Erfgoed en Kunsten en Erfgoed)
  • het fonds Inbev-Baillet Latour
  • het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK)
  • de stad Gent
  • de provincie Oost-Vlaanderen
  • de Kathedrale Kerkfabriek
  • de Getty Foundation
  • het Gieskes-Strijbis Fonds.
  • de Universiteit Gent - GOA


Meer info