Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Opvolgen werkingssubsidies cultureel erfgoed

De Vlaamse overheid houdt toezicht op de besteding van de werkingssubsidies. Dat doet ze door de controle van het jaarverslag en door een evaluatie van de werking en de uitvoering van de beheersovereenkomst.

Het jaarverslag dien je uiterlijk in op 1 april van het jaar dat volgt op het jaar waarvoor de werkingssubsidie werd toegekend.

De evaluatie gebeurt op maximaal twee momenten in de beleidsperiode:

  • een tussentijdse evaluatie
  • een eindevaluatie.

De afdeling Cultureel Erfgoed heeft steeds het recht om ter plaatse de werking, de financiële afhandeling en de bewijsstukken in het bijzonder na te kijken.

De evaluatie gebeurt op basis van de beheersovereenkomst, de jaarverslagen, en alle mogelijke informatie (pers, uitnodigingen, publicaties, bezoeken …) die de afdeling heeft. Deze informatie kan aangevuld worden met gesprekken en plaatsbezoeken. 

De afdeling stelt een evaluatieverslag op en bezorgt dit aan de gesubsidieerde cultureel-erfgoedorganisatie. De bevindingen van de tussentijdse evaluatie worden meegedeeld aan de cultureel-erfgoedorganisatie uiterlijk zes maanden voor het indienen van een aanvraag voor een werkingssubsidie voor de volgende beleidsperiode. De bevindingen van de eindevaluatie worden meegedeeld aan de cultureel-erfgoedorganisatie binnen twee maanden na de uitvoering van de eindevaluatie.