Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Reserve

Reserveregeling van het Cultureel-erfgoeddecreet van 6 juli 2012

Onderstaande reserveregeling is van toepassing op werkingssubsidies die toegekend werden op basis van het Cultureel-erfgoeddecreet van 6 juli 2012.

Let op: deze regeling is enkel van toepassing op alle werkingssubsidies waarvan de beleidsperiode start vanaf 2013. Indien de beleidsperiode startte tot en met 2012 blijft de reserveregeling van het Cultureel-erfgoeddecreet van 23 mei 2008 van kracht.

De reserve is het deel van de werkingssubsidie dat niet verantwoord kan worden aan de hand van kosten die in aanmerking komen voor subsidiëring. De gecumuleerde reserve is de reserve die over meerdere beleidsperiodes wordt opgebouwd.

Gedurende de beleidsperiode kan een organisatie die een werkingssubsidie ontvangt onbeperkt een reserve aanleggen. Op het einde van de beleidsperiode wordt de reserve getoetst aan volgende normen:
  • maximaal 20 % van de toegekende jaarlijkse werkingssubsidie mag worden gebruikt voor de aanleg van een reserve
  • de totale gecumuleerde reserve op basis van werkingssubsidies mag maximaal 50 % van de toegekende jaarlijkse werkingssubsidie bedragen.
De toegekende jaarlijkse werkingssubsidie wordt bepaald door het gemiddelde te nemen van de respectievelijke jaarlijkse werkingssubsidies gedurende de beleidsperiode. 

Als de normen overschreden worden, vordert de Vlaamse Regering het bedrag van de overschrijding terug, door dat bedrag in mindering te brengen op de werkingssubsidie van een lopend of volgend werkingsjaar, of door terugbetaling. Bij stopzetting van de activiteit wordt de totale gecumuleerde reserve op basis van werkingssubsidies teruggevorderd.


Reserveregeling van het Cultureel-erfgoeddecreet van 23 mei 2008

Let op: deze regeling is enkel van toepassing op alle werkingssubsidies waarvan de beleidsperiode start tot en met 2012. Indien de beleidsperiode startte vanaf 2013 is de reserveregeling van het Cultureel-erfgoeddecreet van 6 juli 2012 van kracht.


Algemene reserveregeling

(van toepassing op alle rechtspersonen behalve gemeenten, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, provincies en de Vlaamse Gemeenschapscommissie) 

De reservebepalingen hebben betrekking op de hele werking van de organisatie.

Gedurende de beleidsperiode kunnen in principe onbeperkt reserves aangelegd worden met eigen inkomsten en subsidies.

Een reserve wordt in de balans van de begunstigde opgenomen als een onderdeel van het eigen vermogen en bestaat uit de volgende rekeningen:

  • de rekening 13: bestemde fondsen/reserves
  • de rekening 14: overgedragen resultaat.

Als de organisatie op het einde van de beleidsperiode nog over een reserve beschikt, kan die overgedragen worden naar een volgende beleidsperiode, op voorwaarde dat de aangroei ten opzichte van de bestaande reserve in het begin van de subsidieperiode niet meer bedraagt dan 20% van de gemiddelde jaarlijkse personeels- en werkingskosten, berekend over de beleidsperiode.

De personeels- en werkingskosten omvatten alle kosten die betrekking hebben op de uitvoering en de realisatie van het beleidsplan en de beheersovereenkomst in de voorbije beleidsperiode. Afschrijvingen op kapitaalsubsidies mogen niet meegeteld worden in de gemiddelde jaarlijkse personeels- en werkingskosten.


Reserveregeling voor gemeenten, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, provincies en de Vlaamse Gemeenschapscommissie

Binnen de beleidsperiode kunnen overschotten op subsidies onbeperkt naar het volgende jaar overgedragen worden.

Als de organisatie op het einde van de beleidsperiode nog over overgedragen middelen beschikt, kan die overgedragen worden naar een volgende beleidsperiode, op voorwaarde dat de aangroei ten opzichte van de oorspronkelijke overdracht in het begin van de subsidieperiode niet meer bedraagt dan 20% van de gemiddelde jaarlijkse werkingssubsidie, berekend over de beleidsperiode.


Teveel aan Reserve

De Vlaamse Regering kan, na advies van de Inspectie van Financiën, een afwijking toestaan bij overschrijding van de maximale reserveaangroei, op voorwaarde dat de begunstigde een gemotiveerd bestedingsplan voorlegt voor de hele reserve. De overgedragen reserve moet worden aangewend voor de realisatie van het doel waarvoor de subsidie wordt verleend.

Als bij de afrekening van het laatste werkingsjaar van de beleidsperiode de aangroei van de reserve meer bedraagt dan toegelaten (en als er geen afwijking wordt toegestaan), wordt het teveel ingehouden van het nog uit te keren saldo van de werkingssubsidie. Het eventueel daarna nog resterende bedrag wordt in mindering gebracht op de subsidie van de nieuwe beleidsperiode.

Als aan een organisatie, na afloop van de beleidsperiode waarop de toegekende subsidie en het beleidsplan betrekking heeft, geen werkingssubsidie meer wordt verleend, dan is zij verplicht bij het agentschap een bestedingsplan voor de aangelegde reserve in te dienen. Die moet in voorkomend geval prioritair aangewend worden voor het voldoen van de arbeidsrechtelijke verplichtingen (ontslagvergoedingen, RSZ …).