Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

De voornaamste wijzigingen n.a.v. het advies van de SARC

Naar aanleiding van het advies van de SARC (PDF) werden volgende wijzigingen doorgevoerd aan het voorontwerp van decreet en bijhorende memorie van toelichting:

  • De definities van de functies en rollen in het decreet bleven grotendeels ongewijzigd (m.u.v. de functie behouden die werd vervangen door ‘behouden en borgen’), in de memorie werd bijkomende toelichting opgenomen.
  • De definities van museum, culturele archiefinstelling en erfgoedbibliotheek werden aangepast.
  • Een bijkomende overgangsbepaling werd opgenomen die het mogelijk maakt om de middelen die door provincies worden toegekend aan regionaal ingedeelde stadsarchieven te continueren via de erfgoedconvenants.
  • De voorwaarde dat academisch onderzoek niet in aanmerking komt voor projectondersteuning werd aangepast. Deze voorwaarde vervalt indien de aanvrager kan aantonen dat het onderzoek vertrekt vanuit de eigen cultureel-erfgoedwerking. 
  • Voor de beoordeling van projecten moet de administratie zich verplicht laten bijstaan door meerdere externe experten.
  • Een bijkomend subsidiecriterium werd toegevoegd bij de dienstverlenende rollen (landelijk en regionaal). Dit criterium laat toe om de wijze te beoordelen waarop de erfgoedgemeenschappen waarvoor een dienstverlening wordt aangeboden betrokken worden in de dienstverlenende organisatie.

Diverse andere opmerkingen van de SARC zullen worden meegenomen bij de uitwerking van het uitvoeringsbesluit: concrete afspraken in het kader van het complementair beleid, heldere procedure voor de aanduiding van erfgoedinstellingen, de nadere bepaling van de criteria gekoppeld aan de functies, adviezen n.a.v. advisering, planlastvermindering, …

Een meer omstandige reactie op het advies van de SARC is terug te vinden in hoofdstuk 5.1 in de Memorie van Toelichting.