Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Onderzoeksrapporten

Analyse van en bouwstenen voor de uitwerking van een programma van eisen voor cultureel-erfgoeddepots in Vlaanderen

In december 2014 werd een onderzoeksopdracht aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) gegund vanuit de Vlaamse overheid in het kader van de depotproblematiek. De opdracht betreft een analyse van en bouwstenen voor de uitwerking van een programma van eisen voor cultureel-erfgoeddepots in Vlaanderen. Het ae-LAB van VUB (Inge Bertels, Dorien Aerts en Filip Descamps) voerde de opdracht uit tussen januari en juni 2015. VUB leverde het eindresultaat 1 juli 2015 af.

De voorbije jaren zijn verschillende erfgoedbeheerders in Vlaanderen individueel begonnen met de aanpak van hun noden op het vlak van depots, door te investeren in aangepaste en soms nieuwe depotinfrastructuur (onder meer het KMSKA, het Fotomuseum Antwerpen, het Openluchtmuseum Bokrijk, Mu.ZEE, het kijkdepot Museum aan de stroom, Sportimonium Preservation Hall Victor Boin, een gezamenlijk depot voor Liberaal archief en Amasb-ISG…). Ook vanuit de regierol van de provincies wordt geïnvesteerd in gemeenschappelijke depotinfrastructuur voor nood- en transitopvang, vaak met steun vanuit het Fonds voor Culturele Infrastructuur (zoals de Potyze-site in Ieper en Campus Vesta in Ranst). Bij elk traject dat wordt gestart, vormt het opstellen van een programma van eisen een moeilijkheid:

  • het bepalen en formuleren van de eisen waarbij rekening gehouden wordt met de noden van de collectie (de meest wenselijke bewaaromgeving)
  • de werknemers (de meest aangename werkomgeving)
  • het gebouw zelf (in geval van renovatie en herbestemming)
  • het beschikbare budget
  • duurzaamheid.

Deze opdracht wil een tool bieden die kan worden gebruikt door erfgoedbeheerders wanneer gestart wordt met de planning van een depotinfrastructuurproject, en kennis aanreiken om verder in overleg te gaan met architecten en studiebureaus bij het verder uitwerken van het project.

Voor meer informatie over deze onderzoeksopdracht en het rapport kan u terecht bij Katrijn Van Kerchove.

Meer informatie over depotbeheer, depotpraktijk en depotbeleid is te vinden op www.depotwijzer.be, waarlangs de resultaten verder zullen worden bekend gemaakt.  Deze portaalwebsite is het resultaat van een samenwerking tussen de vijf Vlaamse provincies en de Vlaamse Gemeenschapscommissie, met steun van de Vlaamse overheid.

Het onderzoek van VUB zal aan bod komen tijdens een studiedag rond duurzame museum/depotinfrastructuur die op 19 november 2015 in deSingel wordt georganiseerd in samenwerking tussen FARO, Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed, en de provincie Antwerpen.


Lees de onderzoeksopdracht

Analyse van en bouwstenen voor de uitwerking van een programma van eisen voor cultureel-erfgoeddepots in Vlaanderen (PDF)

Benchmarking musea moderne kunst

De Management School van de Universiteit Antwerpen verrichtte in 2005 in opdracht van de Vlaamse overheid een onderzoek met het oog op de internationale positionering en benchmarking van het M HKA en het S.M.A.K.

De twee musea werden vergeleken met andere musea van moderne en hedendaagse kunst in binnen- en buitenland: 

  • het Instituto Valencia de Arte Moderno (IVAM-Valencia)
  • het Museu d’Art Contemporani de Barcelona (MACBA-Barcelona)
  • het Van Abbe museum (Eindhoven)
  • het Provinciaal Museum voor Moderne Kunst (PMMK – Oostende)
  • het Openluchtmuseum voor Beeldhouwkunst Middelheim (Antwerpen).

De vergelijking vond plaats op het vlak van artistiek-inhoudelijke keuzes enerzijds en organisatorische en financiële consequenties anderzijds. Het resultaat van de methodologie was een indicatorenset van ongeveer 300 indicatoren voor de benchmarking.

De resultaten van dit onderzoek zijn verwerkt in een publieksrapport. Daarin wordt een overzicht gegeven van mogelijke beleidsopties, met daaraan verbonden randvoorwaarden en groeipaden.

Benchmarking musea moderne kunst (PDF)

Bewaring en ontsluiting van multimedia in Vlaanderen

BOM-VL staat voor Bewaring en Ontsluiting van Multimedia in Vlaanderen. Het is een project dat voor het audiovisuele erfgoed in Vlaanderen oplossingen wil uitwerken om het op lange termijn te bewaren, doorzoekbaar te maken en te ontsluiten.

Het project loopt van 1 januari 2008 tot 30 juni 2009 en wordt uitgevoerd door een consortium waarin zowel partners uit de culturele sector als de audiovisuele mediasector deelnemen. Aan culturele zijde participeert een brede waaier van betrokken organisaties:

  • Boekentoren
  • BAM-Instituut voor beeldende, audiovisuele en mediakunst
  • VTi-Vlaams Theater Instituut
  • Muziekcentrum Vlaanderen 
  • FARO.Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed.

Uit de mediasector participeren de openbare, commerciële en regionale omroepen. Het IBBT en het VRT Medialab zorgen mee voor de wetenschappelijke omkadering. 

De rol van de private sector bij investeringen in infrastructuur en uitbating van museumdepots in Vlaanderen

In opdracht van de Vlaamse overheid voerde de Universiteit Antwerpen het onderzoek uit met als titel De huidige, mogelijke en wenselijke rol van de private sector bij investeringen in infrastructuur en uitbating van museumdepots in Vlaanderen

De nood aan aangepaste cultureel-erfgoeddepots in Vlaanderen is groot. Een belangrijke doelstelling binnen het cultureel-erfgoedbeleid vormt dan ook het ontwikkelen en realiseren van een geïntegreerd depotbeleid waarbij zowel lokale, regionale als Vlaamse actoren en overheden betrokken worden. Vlaams minister van Cultuur Joke Schauvliege, wil hiervan prioriteit maken.

De voorbije jaren zijn in Vlaanderen al verschillende studies opgesteld om de noden op het vlak van depots in kaart te brengen. Sinds 2008 hebben de provincies en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), op basis van het Cultureel-erfgoeddecreet, de regiefunctie toegewezen gekregen voor het ontwikkelen van een regionaal depotbeleid. In het kader van deze regiefunctie voeren alle provincies en de VGC ook veldonderzoek uit.

Voor de realisatie van het vooropgestelde depotbeleid was een verdere analyse en onderzoek nodig over de huidige, mogelijke en wenselijke rol van de private sector bij investeringen in infrastructuur en uitbating van museumdepots. Door samenwerking en schaalvergroting tussen instellingen, tussen overheden en met de private sector kan immers meer gerealiseerd worden met een efficiënte inzet van middelen.

De huidige, mogelijke en wenselijke rol van de private sector bij investeringen in infrastructuur en uitbating van museumdepots in Vlaanderen (PDF)

E-erfgoed

Eindverslag Digitaal Erfgoed

Eindverslag Digitaal Erfgoed - 21 maart 2005 (PDF)

Eindverslag Stratman

Eindverslag Stratman - 5 mei 2006 (PDF)

 


 

IBBT-project ‘Erfgoed 2.0. Open Structuren voor Erfgoed-opslag en –presentatie’

Het digitale actieplan van het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie, ‘Vlaanderen i2010, tijd voor een digitale stroomversnelling in de innovatieketen’, biedt in het kader van de krachtlijn ‘onderzoek en ontwikkeling’ het bestaansrecht aan het Interdisciplinair Instituut voor BreedBandTechnologieën (IBBT). Dit instituut is gericht op de Informatie- en CommunicatieTechnologie (ICT) in het algemeen, en de ontwikkeling van breedbandtoepassingen in het bijzonder.

Het project ‘Erfgoed 2.0. Open Structuren voor Erfgoed-opslag en –presentatie’ brengt zowel toerisme en roerend, immaterieel en onroerend erfgoed samen. Centraal staat de ontsluiting en de communicatie of interactie tussen de verschillende soorten erfgoedbronnen/databanken waarop de gebruiker zich via mobiele technologie kan beroepen. Naast het onderscheid tussen roerend, immaterieel en onroerend erfgoed wordt hierbij eveneens de erfgoedsector bestaande uit musea, archiefinstellingen, erfgoedbibliotheken, erfgoedorganisaties, archeologische sites, monumenten, … meegenomen – elk met hun eigen datastructuren. De lokalisatie – in een museum, voor een object, in een site, voor een monument, … – is een factor die bepaalt welke informatie de gebruiker op een specifiek moment op het scherm krijgt. In dit project worden ook aspecten zoals (groeps)interactie en profielgebonden aanpak opgenomen.

Het project ging van start op 1 april 2007 en loopt over een periode van twee jaar. Voor het roerend en immaterieel erfgoed geven het agentschap Kunsten en Erfgoed en het departement een opdracht aan FARO, Vlaams steunpunt voor cultureel Erfgoed om als partner aan dit onderzoek mee te werken.

Voor meer informatie over dit project kan u terecht bij Bart De Nil (FARO, Vlaams Steunpunt voor Cultureel Erfgoed).

Erfgoededucatie

In opdracht van Kunsten en Erfgoed, CANON Cultuurcel en het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed (VIOE) verrichtten de Universiteit Antwerpen en de Xios Hogeschool Limburg in 2006 een onderzoek over de plaats en de rol van erfgoededucatie in het Vlaamse onderwijs. De resultaten van dit onderzoek werden op 7 februari 2007 gepresenteerd.

Enkele van de conclusies die de onderzoekers op basis van een uitgebreide onderwijs- en erfgoedbevraging naar voor brengen:

  • hoewel erfgoededucatie ruimschoots aanwezig is binnen de huidige eindtermen, ontwikkelingsdoelen en basiscompetenties, blijkt de kennis ervan nog onvoldoende bij leerkrachten en erfgoedinstellingen
  • er wordt in het kleuter- en buitengewoon onderwijs significant minder aandacht besteed aan erfgoededucatie dan in het lager- of algemeen secundair onderwijs
  • de samenwerking tussen de verschillende sectoren lijkt nog erg pril.

Op basis van de resultaten hebben Kunsten en Erfgoed, CANON, FARO en het VIOE zich ertoe verbonden om in een verder structureel overleg de aanbevelingen ter harte te nemen.

Het denktraject Erfgoededucatie bouwt verder op de studie. Het denktraject is een initiatief van Kunsten en Erfgoed, CANON Cultuurcel, het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media, FARO en het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed. Mensen uit beide sectoren − erfgoed en onderwijs − werden betrokken om te zoeken naar concrete en mogelijke acties.

In eerste instantie werd een klankbordgroep samengesteld, bestaande uit mensen uit het onderwijs en uit de erfgoedsector. In het rapport Erfgoededucatie in het Vlaamse onderwijs. Erfgoed en onderwijs in dialoog zijn conclusies te vinden rond negen verschillende hoofdstukken. Aan de klankbordgroep werd gevraagd waar de prioriteiten liggen. Door deze klankbordgroep werden enkele thema’s (communicatie, aanbod, vorming, samenwerking, diversiteit, e-erfgoed) uit de studie geselecteerd die momenteel van belang zijn. Vervolgens werden gericht mensen uit de onderwijs- en uit de erfgoedsector uitgenodigd om deel te nemen aan een denktraject. Op 9 november 2007 vond de eerste studiedag van dit denktraject plaats in Mechelen. Op 18 januari en 21 februari 2008 vonden de tweede en derde studiedag plaats. De bevindingen en reacties die voortkwamen uit deze denkdagen worden momenteel verwerkt in een publicatie door FARO. Het wordt een praktijkondersteunende publicatie waarin mogelijke acties, tips en inspirerende cases zijn opgenomen.

Kritische succesfactoren van de Vlaamse kunsten

Welk belang speelt overheidssteun binnen het groeitraject van artistieke projecten/organisaties? Verschilt de rol van overheidssteun tijdens verschillende fasen van artistieke projecten/organisaties? Welke andere antecedenten spelen een kritische rol inzake de ontwikkeling van de kunsten? En hoe verhoudt overheidssteun zich tot deze andere kritische succesfactoren die leiden tot groei en uitstraling van artistieke projecten/organisaties?

In het onderzoek “Kritische succesfactoren van de Vlaamse kunsten” wordt beoogd om aan de hand van vergelijkende gevalstudies uit de muziek-, dans- en theatersector in Vlaanderen en Nederland de impact en rol van overheidssteun in de groei en uitstraling van kunstenorganisaties preciezer in kaart te brengen. Het onderzoek werd uitgevoerd door de KULeuven, onder leiding van prof. Bart Van Looy in de periode december 2012 - oktober 2013.

Het onderzoek omvatte drie fasen:

  • In een eerste fase werd aan de hand van bestaande studies een referentiekader gecreëerd met specifieke aandacht voor de aard van kunstenproductie en de businessmodellen (waaronder overheidssteun) die hiermee gepaard gaan. 
  • Een tweede fase richtte zich op het identificeren van kritische succesfactoren aangaande groei en ontwikkeling aan de hand van voorafgaande studies, met een focus op ‘regulier’ ondernemerschap. Hierbij werd ingezoomd op de verschillen en overeenkomsten tussen regulier en artistiek ondernemerschap. 
  • Het zwaartepunt van het onderzoek lag in de derde en laatste fase waarin 17 longitudinale gevalstudies op retrospectieve wijze werden uitgewerkt binnen drie artistieke sectoren – muziek, theater en dans. 

De volgende elementen werden als kritische succesfactoren geïdentificeerd: artistieke visie en gedrevenheid, ondernemingszin, het overtuigen en mobiliseren van stakeholders en opinieleiders, subsidies, professionele omkadering, internationalisering.

Het syntheserapport geeft zowel een korte inhoud van het doorlopen onderzoekstraject als de meest in het oog springende conclusies.

Voor meer informatie: contacteer prof. Bart Van Looy.

Kwaliteitskader voor de specialisatie 'museumgids' in de gidsenopleiding

In opdracht van Kunsten en Erfgoed onderzocht Janien Prummel de introductie van de specialisatie museumgids in de gidsenopleiding.

De vernieuwde gidsenopleiding wordt gegeven in het volwassenenonderwijs. Na een algemeen basisjaar kiezen de cursisten in het tweede jaar voor specialisaties zoals toeristische gids, reisleider, natuurgids én museumgids. De specialisatie museumgids is echter nog niet uitgewerkt.

Het doel van het onderzoek is een kwaliteitskader te ontwikkelen en te komen tot een onderbouwde en gedragen visie op wat een museumgids moet kennen en kunnen. De onderzoekster stelt, na overleg met de museumsector en FARO, voor om de opbouw van het specialisatiejaar zoals uitgewerkt door Toerisme Vlaanderen voor de toeristische gids en de reisleider te behouden, maar te kiezen voor een aangepaste invulling ervan.

Het kwaliteitskader is een belangrijke stap in de concretisering van de specialisatie museumgids.

Onderzoek naar een kwaliteitskader voor de specialisatie ‘museumgids’ in de gidsenopleiding

Onderzoek naar aanvullende financiering in de kunstensector

Zoals gepland in de Beleidsnota Cultuur (2009-2014) heeft minister Joke Schauvliege onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijke beleidspistes en het potentieel voor aanvullende financiering in de kunsten- en erfgoedsector.

Onderzoeksvragen

  • Klopt het dat de reeds bestaande aanvullende financieringsinstrumenten (naast subsidies van Kunsten en Erfgoed) weinig gekend zijn en weinig aangesproken worden?
  • Is er nood aan een instrument tussen Minitoelage en CultuurInvest?

Aanpak 

Het onderzoek verliep via een grootschalige online enquête bij de doelgroep en werd verrijkt met: 

  • desk research
  • interviews met sectorexperts en financiële experts om hypothesen, vaststellingen en aanbevelingen af te toetsen
  • input en feedback van de stuurgroep en adviesgroep. 

Samenvatting onderzoek aanvullende financiering kunstensector_Idea Consult (PDF)

Slotrapport onderzoek aanvullende financiering kunstensector_Idea Consult (PDF)

Aanvullende financiering kunstensector_instrumentenmatrix (PDF)

Aanvullende financiering kunstensector_Bronnenlijst (PDF, 30 kB)

Mappingsonderzoek architectuurcultuurbeleid

In dit onderzoek zijn drie grote stappen gezet ter mapping van architectuurcultuurbeleid.

De eerste stap bestond uit een evaluatie van het Kunstendecreet. Dit leverde inzichten op over de vorm en inbedding van het Vlaamse architectuurcultuurbeleid en over de Vlaamse subsidiëring van actoren op het terrein.

De tweede stap bestond uit een exploratie van buitenlands architectuurcultuurbeleid. In het bijzonder werd uitvoerig ingezoomd op dit beleid in Nederland en Oostenrijk, wat interessante leerpunten opleverde voor het Vlaamse architectuurcultuurbeleid.

De derde en laatste stap bestond uit een verkenning van de raakvlakken tussen het Vlaamse architectuurcultuurbeleid en dat in andere Vlaamse beleidsdomeinen en –velden. Dit resulteerde in een oplijsting van samenwerkingsmogelijkheden rond architectuurcultuur. 

Eindrapport mappingsonderzoek architectuurcultuurbeleid (PDF)

Samenvatting mappingsonderzoek architectuurcultuurbeleid (PDF)

Participatiesurvey 2009

Op 9 februari 2011 heeft het Steunpunt Cultuur, Jeugd en Sport de eerste resultaten van de Participatiesurvey 2009 voorgesteld tijdens een studiedag in Gent. De survey, in opdracht van de Vlaamse overheid, liep van februari tot en met november 2009 en bevroeg 3.144 Vlamingen tussen 14 en 85 jaar over hun participatiegedrag.

Tijdens de studiedag voor beleidsmakers, onderzoekers en de cultuur-, jeugd- en sportsector werden twee boeken voorgesteld die de eerste resultaten bundelen over hoe actief de Vlaming aan cultuur, jeugd of sport doet. De deelnemers kregen er een reflectie op de conclusies te horen van de bevoegde ministers Schauvliege, Smet en Muyters. 

Persbericht: ouders en school nog steeds bepalend voor participatie van Vlaming (PDF)

Steunpunt Beleidsrelevant Onderzoek

Op 16 februari 2007 werd de oprichting bekendgemaakt van een nieuw Steunpunt voor Beleidsrelevant Onderzoek voor Cultuur, Jeugd en Sport. Het steunpunt wordt opgericht voor een periode van 5 jaar, van 2007 tot 2011, en is een consortium van onderzoeksgroepen verspreid over de Universiteit Gent, Vrije Universiteit Brussel, Katholieke Universiteit Leuven en EHSAL.

De in het consortium opgenomen onderzoeksgroepen werkten reeds structureel samen in het kader van vorige onderzoeksprogramma’s. Voor cultuur was dit het Steunpunt Re-Creatief Vlaanderen. Voor sport zijn het dezelfde partners die participeerden in het Steunpunt Sport, Beweging en Gezondheid. Voor jeugd was dit het Jeugd OnderzoeksPlatform (JOP). Daarnaast zijn er verschillende andere samenwerkingsverbanden tussen diverse consortiumpartners in aanverwante onderzoeksprojecten.

Een gemeenschappelijke sokkel voor de verschillende sectoren wordt de participatiesurvey. Daarnaast worden voor de sectoren cultuur, jeugd en sport afzonderlijke inhoudelijke lijnen uitgewerkt. Binnen de lijn ‘cultuur’ wordt expliciet aandacht besteed aan een gelijkwaardige onderzoeksmatige en budgettaire benadering van de beleidsvelden kunsten en erfgoed enerzijds en sociaal-cultureel werk voor jeugd en volwassenen anderzijds. Binnen deze twee beleidsmatige clusters gaat het steunpunt in op volgende gemeenschappelijke thematische onderzoekslijnen:

  • e-cultuur en digitalisering 
  • vrijwilligers en vrijwilligerswerk 
  • bestuurlijk vermogen van organisaties 
  • economische impact van cultuur.

Successierechten

In 2006 werd, in opdracht van Kunsten en Erfgoed, een studieopdracht naar de problematiek, mogelijkheden en opportuniteiten van de Vlaamse bevoegdheid op het vlak van successierechten, voor de collectieopbouw van de Vlaamse musea en erfgoedinstellingen en voor de collectie van de Vlaamse Gemeenschap uitgevoerd door de Universiteit Hasselt (Prof. Dr. Annemie Draye en Tom Nullens).

De studie gaat uitgebreid in op de bestaande regelingen in België, Spanje, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Nederland en resulteert in een onderbouwd voorstel tot gehele of gedeeltelijke vrijstelling van successierechten voor topstukken, op voorwaarde dat de erfgenamen er zich toe engageren om het topstuk voor een langere termijn in Vlaanderen te bewaren. Daarnaast formuleert de studie, eveneens op basis van een internationale vergelijking, een aantal voorstellen tot optimalisering van de huidige regeling van betaling van successierechten door afgifte van kunstwerken. 

Onderzoeksrapport Successierechten en roerend cultureel erfgoed (PDF)

Toegankelijkheid van culturele infrastructuur: werk aan de winkel

Uit een screening van 61 gebouwen uit de culturele sector blijkt dat er nog heel wat werk aan de winkel is op het vlak van de toegankelijkheid voor personen met een beperking. De voornaamste knelpunten situeren zich op vlak van de parkeerplaatsen, de balie en het loket, de horizontale en verticale circulatie en de toiletten. De studie werd uitgevoerd door de vzw Enter in opdracht van de Vlaamse overheid.

Context

De cultuuroverheid streeft naar integrale toegankelijkheid van culturele infrastructuur. Het departement CJSM besliste daarom een deel van de culturele infrastructuur te laten screenen op de fysieke toegankelijkheid. Enerzijds om eindgebruikers en de Vlaamse cultuuroverheid zelf inzicht te geven in de mate waarin de infrastructuur toegankelijk is. Anderzijds om aanbevelingen te genereren voor zowel de verbetering van de individuele onderzochte gebouwen als voor het volledige Vlaamse cultuurbeleid. 

De coördinatie van deze screenings werd toevertrouwd aan de vzw Enter. Tussen 2011 en 2013 werden in totaal 61 gebouwen gescreend: 

  • 25 cultuur-en gemeenschapscentra
  • 15 erfgoedbibliotheken, musea en archiefinstellingen
  • 19 kunsteninstellingen
  • 9 gebouwen in beheer van de Vlaamse overheid.

Onderzoek

Tijdens het onderzoek werd de keten van toegankelijkheid gevolgd doorheen de verschillende onderdelen van het gebouw: 

  • de bereikbaarheid (aangepaste parkeerplaatsen, toegangspaden, …)
  • de betreedbaarheid (inkomdeur, trappen voor de inkom, …)
  • de bruikbaarheid (bijvoorbeeld de bruikbaarheid van de inkom, van het aangepast toilet, …) van de verschillende onderdelen werden onder de loep genomen. 

De mate van toegankelijkheid van de verschillende onderdelen wordt weergegeven in drie niveaus: 

  • toegankelijk
  • toegankelijk met hulp
  • niet toegankelijk. 

Hierbij wordt rekening gehouden met de noden van alle doelgroepen zoals personen met een motorische, visuele, auditieve beperking en personen met allergie en ademhalingsproblemen. De gegevens worden ontsloten in de vernieuwde toegankelijkheidsdatabank op www.toevla.be. Op die manier kan elke (potentiële) gebruiker vooraf nagaan in welke mate de verschillende ruimtes van een gebouw toegankelijk zijn.

Resultaten

Uit deze screening blijkt dat de grootste problemen zich situeren bij: 

  • parkeerplaatsen en aangepast parkeerplaatsen
  • balie
  • loket
  • horizontale circulatie
  • herticale circulatie
  • toiletten en aangepast toilet.

Een deel van deze knelpunten kan verholpen worden met eenvoudige ingrepen: 

  • het aanbrengen of vervangen van signalisatie en informatieborden
  • het voorzien van visuele en tactiele geleiding
  • het aanbrengen van contrastmarkering op glazen delen
  • het aanbrengen van kleurcontrasten
  • het visueel aanduiden van drempels
  • de trekkracht van deuren correct instellen
  • het vervangen de bedieningselementen van deuren
  • het juist plaatsen van toiletaccessoires, …

Conclusies

Bij de conclusies noteren we dat er nog heel wat werk aan de winkel is. Geen enkele locatie is volledig zelfstandig toegankelijk, slechts 1 locatie heeft allemaal toegankelijke publieke delen en problemen situeren zich vooral bij: 

  • (aangepaste) parkeerplaatsen
  • loket
  • balie
  • horizontale circulatie
  • verticale circulatie en (aangepaste) toiletten
  • weinig aandacht voor specifieke voorzieningen. 

Meer weten?